Winter 2003/2004 : oppassen op het huis van Dirk en Annelies in Saifores, vlak bij El Vendrell op 35 km ten noorden van Tarragona. We hebben gereageerd op een advertentie die ze in de Volkskrant hebben gezet.

 

Woensdag 29 oktober 2003        

Vanochtend eerst Thames en Gradda uitgezwaaid. Het is zonnig weer, goed weer om te rijden. Daarna hebben we de slaapkamer ingericht, al onze bagage uitgepakt en opgeborgen en een beetje bekeken wat waar staat. Edwin heeft het gras gemaaid, twee druivenstruiken geplant, kunstmest gestrooid en nog wat in de tuin gewerkt. Ik heb de firma gebeld die een monteur zou sturen voor de reparatie van de wasmachine: we zijn opgenomen in de route voor vrijdag.

Daarna zijn we naar El Vendrell gegaan om wat boodschappen te doen en de stad te verkennen. Nog nooit zoveel makelaars bij elkaar gezien. Het gehalte aan gebakwinkels is ook vrij hoog. Even de markthallen en de straatjes in het centrum doorgelopen. Alles is hier te koop, er zijn zelfs 2 fietsenwinkels. Meteen geïnformeerd: de fietsclub vertrekt iedere zondag om 8.00 uur vanaf Plaça Nova. Er zijn drie groepen, iedereen vertrekt gelijk. De geplande routes voor november hangen aangeplakt bij de winkel.

Daarna het aanbod van de Caprabo bestudeerd, de dichtstbijzijnde supermarkt. Na de lunch gaan we een poosje in de zon zitten. Het windje is een beetje fris dus gaan we maar weer wat nuttigs doen anders krijgen we het koud. Edwin maakt de dakgoot schoon op het gedeelte van het dak waar lekkage is, ik veeg de toren en de trappen aan. We maken even een praatje met buurman Kildo. We hebben water gehaald bij het kraantje in het dorp, maar dat is gewoon kraanwater met chloor. Kildo belooft dat hij ons waarschuwt als hij naar de bergen gaat om water te halen, dan kunnen we mee. Op eigen houtje kunnen we het niet vinden, zegt hij, en zonder 4WD kun je er niet eens komen.

Na het eten gaan we in de salon zitten. Met de twee elektrische straalkachels wordt het lekker warm. Videofilm gekeken, en vroeg naar bed.

 

Donderdag 30 oktober 2003

Om de komst van de wasmachinemonteur voor te bereiden, halen we de droger vast van de wasmachine af. Voor de zekerheid controleert Edwin de knopenzeef even, en wat blijkt? Er zit een beugeltje uit een beugel-bh klem achter een schoepje in het filter. Zodra dat eruit is, wast de machine weer als een zonnetje. Voor de zekerheid ontkalken we hem een keer, en daarna kan hij aan de slag. Er ligt een berg was van de herfstvakantie. Ik annuleer het bezoek van de monteur, en Edwin gaat fietsen (Aiguaviva – Bonastre, 65 km).

Het is zonnig maar winderig. Edwin belt halverwege omdat hij verdwaald is, we hebben de perfecte fietskaart nog niet kunnen kopen. Hij komt thuis met enthousiaste verhalen over prachtige landschappen, ongeschonden dorpjes en leuke restaurantjes.

De straten van Saifores liggen er uiterst schoongeveegd bij, ´ons´ straatje ligt vol afgevallen bladeren en steekt daardoor nogal af. Dus harken we anderhalve kruiwagen blad van de straat en daarna ziet het er weer netjes uit.

Drie wassen gedraaid, twee aan de lijn gedroogd en één in de droger. Na een hoop gepuzzel lukt het eindelijk weer om mobiel mail te verzenden vanaf de palmtop, alleen nog niet via mijn nieuwe Spaanse mobiel. Ik heb voorlopig tijd genoeg om mijn nieuwe laptop in te richten, als het goed is moet die op een gegeven moment ook mobiel mail kunnen versturen en ophalen. Op het moment hebben we drie mobieltjes in bedrijf: onze oude Ericsson met een Spaans prepaid kaart, onze nieuwe Nokia met een abonnement en die van Dirk, die bij het huis hoort. Edwin ligt languit op de bank, één of andere bloederige film te kijken. Het is minder koud dan gisteren.

 

Vrijdag 31 oktober 2003

´s Nachts waait het steeds hard en Edwin is bang dat de boom die hij moet knotten omwaait voor hij de kans krijgt hem te redden. Maar hij heeft de ladder er nog niet tegenaan gezet of het begint hard te regenen. Dan maar eerst een excursie naar de supermarkt en naar de ferreteria. Morgen is het een feestdag (Allerheiligen en zondag Allerzielen of andersom) en er zijn heel dure koekjes te koop, € 25 de kilo, met pijnboompitten erop, die alleen gegeten worden met deze dagen. We willen alle lokale specialiteiten proberen dus kopen we niet alleen een paar koekjes maar ook een mooi stukje spek met peper en wat gedroogde worstsoorten.

Met de auto rijden we het rondje dat Edwin gisteren gefietst heeft maar dan andersom. Door een prachtig rustig berggebied waar prima fietsweggetjes slingeren door dennenbossen en wijngaarden. De bladeren van sommige druivensoorten kleuren geel, anderen donkerrood. In Llorenç heeft de coöperatie een verkooppunt in een supermarkt. We kopen 5 liter rode wijn voor 1 euro per liter, we gaan hier zeker nog een keer heen om zo´n mooi 5-liter blik olijfolie te halen.

´s Middags is het redelijk droog. Edwin monteert eerst een nieuwe houder voor de douchekop, en dan wordt de motorzaag gestart. Een omgewaaide boom gaat in stukken, een andere wordt geknot. De stam is erg oud en zwak, maar met om het jaar knotten redt de boom het waarschijnlijk nog wel een paar jaar. Nu zitten we wel met een berg takken in de tuin en het valt niet mee om die kwijt te raken. We zagen van de dikke stukken zoveel mogelijk brandhout voor Daniël. Omdat het zo gewaaid heeft ligt de straat alweer bezaaid met bladeren. Weer drie wassen gedraaid, gedroogd en opgevouwen. Gelukkig hoeven de lakens niet gestreken te worden!

 

Zaterdag 1 november 2003

Prachtig weer: zonnig, weinig wind. Eerst op de fiets naar Santa Oliva, 2 kilometer verderop, om vers brood te halen. Leuk weggetje, langs olijfgaarden en moestuintjes, prima bakkertje met divers brood en lekkere dingen. Dan takken opruimen. Een boom snoeien is zoveel werk niet, maar het opruimen daarna…. We weten geen plek waar we de takken heen kunnen slepen, Edwin vraagt het nog aan een vrouwtje die haar straatje staat te vegen, maar we moeten alles maar in de vuilcontainers doen, vindt ze. Er zijn drie containers in het dorp, in iedere container deponeren we de inhoud van twee kruiwagens, meer durven we niet aan anders kunnen de dorpelingen hun afval niet meer kwijt. We zullen alle kleine takken fijn moeten knippen en iedere keer als de containers geleegd zijn een deel afvoeren. Edwin maait het gras nog een keer, en dan is het tijd voor de lunch, met een glaasje wijn in het zonnetje. Weer drie keer gewassen, nu is alle herfstvakantiewas afgehandeld.

 

Zondag 2 november 2003

Om 8 uur staan we klaar op het plein in El Vendrell. Groep A van de Penya Ciclista Baix Penedès bestaat uit een man of 20, groep B vertrekt een half uur later. Het is een graad of 8, ik heb geen zin om een half uur te wachten. Ik fiets richting San Jaume en kom min of meer per ongeluk toch weer bij groep A terecht. Ze wachten steeds netjes op de achterblijvers, dus fiets ik een stukje mee. Pas bij het begin van een beklimming draai ik om. Ik ga niet graag onvoorbereid een onbekende col op in onbekend gezelschap, als er een helling in zit van 17 % zoals Edwin van de week tegenkwam, moet ik lopen en dat vind ik een afgang.

Edwin hoort natuurlijk weer bij de sterkste van de groep. Ik ben na 60 kilometer weer thuis, Edwin fietst er 100. Het is leuk om de verschillen en overkomsten te zien met de club van Xaló. Ik heb de indruk dat onze club hechter is, dat er meer gelachen wordt. Ons dorp is natuurlijk veel kleiner en iedereen kent elkaar heel goed. Ook hier wordt halverwege geluncht, niet met stokbrood maar met grote boterhammen, ook hier is discussie over de route. Bij navraag blijkt dat in groep B ook geen vrouwen zitten, alleen oudere mannen en junioren. Met een fietsclub meegaan is een perfecte manier om de omgeving te verkennen, en om wat mensen te ontmoeten die dezelfde hobby hebben als wij. Edwin fietst na afloop de garage van Kildo binnen, maar zelfs met de kaart erbij kan hij niet precies navertellen waar hij gefietst heeft. Dinsdag rijden we de route samen over. Het is de hele middag lekker zonnig, dus we gaan lekker op het terras boven zitten. We hebben onze draai nu wel gevonden. We weten nu bijna alle lichtknopjes te zitten, komen geen kamers meer tegen waarvan we zeker weten dat we die nooit eerder gezien hebben en de omgeving beginnen we nu ook te leren kennen.

Het bevalt ons hier prima!

 

Het is nu november, en het is officieel KOUD. Volgens de Spanjaarden dan. Dikke jassen, fleecejacks, we hebben zelfs al een meisje met wanten aan gezien. Het was 17 graden.

In oktober zijn er neerslagrecords gebroken, in El Vendrell viel 225 liter per vierkante meter. Als het zonnig is zetten we veel ramen en deuren open en dan zakt de luchtvochtigheid in huis tot 67%, ´s ochtends is het vaak weer 77%.

 

Maandag 3 november 2003

Prachtig zonnig weer. De containers zijn vanochtend vroeg geleegd, dus we kunnen weer een paar kruiwagens afvoeren. Edwin kan het niet aanzien dat er nog een hoop takken blijft liggen dus die voert hij af naar een discrete plek ergens op een braakliggend stuk vlak buiten het dorp.

Daarna gaan we op expeditie: naar het postkantoor, het VVV, het internetcafé, de boekhandel en natuurlijk de ferreteria. Een gedetailleerde kaart (1:50.000) gekocht van de provincie, en muizenvallen. Er zit één muis in de provisiekast en hij lust geen gif. Een stukje Hollandse kaas zal hem nu noodlottig worden. Na een middag afwisselend in de zon zitten en wat computerdingetjes regelen eten we vroeg want we hebben een afspraak bij de dokter. Om half 8 ´s avonds. De Spanjaarden houden er zulke rare werktijden op na dat ze doordeweeks dus nooit een avond vrij hebben. We moeten naar de dokter omdat Manolo, de voorzitter van de fietsclub van Xaló, wil dat Edwin aan één of meerdere wedstrijden mee gaat doen als in februari de Vuelta de la Marina Alta verreden gaat worden. Daarvoor moet een wedstrijdlicentie aangevraagd worden en dat gaat gepaard met een medische keuring. Vanochtend een afspraak gemaakt bij een polikliniek hier vlakbij, vanavond kunnen we terecht bij een leuke jonge dokter. Hij meet, vraagt en voelt en kijkt van alles na en is zeer tevreden. Lengte 184,5, gewicht 79,5, bloeddruk 120/60, hartslag na 30 diepe kniebuigingen in 45 seconden 128 p/m, na 1 minuut hersteld tot 80 slagen p/m. Verder blijkt Edwin voornamelijk normaal te zijn. Donderdag moeten we terugkomen voor een ECG en een ademhalingstest.

 

Dinsdag 4 november 2003

Eerst gaan we fietsen, een route die voor een groot deel hetzelfde is als wat Edwin zondag met de club heeft gedaan. Dankzij de nieuwe kaart weten we nu waar we fietsen: via Sant Marti Sarroca naar Sant Joan de Mediona waar we een heerlijk broodje tortilla met gebakken rauwe ham eten. Terug over Sant Quinti richting Villafranca. Een deel van die route voert helaas over een drukke nieuwe weg in aanleg dat een stuk minder prettig fietst dan de eerste helft van de route. Na Villafranca gaat het weer beter. We rijden langs de Bodega van het beroemde wijnhuis ´Torres´, maar het nadeel van racefietsen is dat je niet makkelijk ergens naar binnen stapt in fietskleding, laat staan dat er ergens een fietstas aanhangt om een fles wijn in te vervoeren. 85 Kilometer gefietst, prachtige route, heerlijk weer, 20 graden.

Dan is het tijd om de stronk van de omgewaaide boom uit te graven. Het is een zwaar ding maar we krijgen hem eruit. Edwin fatsoeneert de beplanting eromheen, we rijden de volle kruiwagen weer een keer naar de container en de tuin ziet er weer keurig uit.

 

Woensdag 5 november 2003

Gespijbeld. Nou ja, even de straat aangeveegd. Een échte Spaanse huisvrouw doet dat iedere dag maar zo volledig hoef ik nu ook weer niet te integreren. We nemen de trein naar Barcelona en stappen uit in het centrum, op de Plaza Catalunya.

Met Edwin naar een grote stad gaan is zeer risicovol: óf hij vindt het te druk, gaat lopen balen vooral als hij teveel moet lopen en dat begint al na 400 meter, óf het wordt een duur dagje. Vandaag wordt het een duur dagje. Op Internet het adres van een goede fotozaak opgezocht die vlak bij het station zit. Onze reflexcamera nr. 1 heeft het een jaar geleden begeven, nummer 2 gaf vorige maand de geest. Met onze nieuwe laptop en al zijn mogelijkheden is het moment aangebroken om digitaal te gaan. De vraag is nog even of we een simpele EOS reflex kopen en een simpele digitale, maar het is al snel beslist: er is pas een digitale EOS uit waar onze oude lenzen op passen. Prachtig toestel, met dezelfde bediening als onze oude toestellen. De oude toestellen wilden we inruilen, maar ze willen ze niet eens hebben. Logisch eigenlijk, ze zijn al meer dan 10 jaar oud en zijn de halve wereld over geweest met ons. Tien minuten later staan we dus weer buiten, met twee oude EOSsen en één nieuwe. We lunchen in een uiterst sfeerloos restaurantje met heel vriendelijke bediening en prima eten, voor een menuutje van € 7,50 krijg je hier toch heel ander voedsel geserveerd dan bij ons. Edwin wil daarna meteen naar huis om zijn nieuwe speeltje te gaan uitproberen maar de trein gaat maar 1 x per uur dus we hebben nog even tijd over. Kunnen we even de ´Corte Ingles´ in, de Spaanse Bijenkorf. Terwijl ik op de boekenafdeling rondkijk ziet Edwin op de fotoafdeling een schattig klein fotoprintertje van Canon. Ik stribbel nog even tegen, tevergeefs. Nu moeten we écht gauw naar huis toe, anders koop ik zelf ook nog een leuke cd of zo. Dirk belt en vertelt subtiel van welke vertrekken hij nog geen goede foto´s heeft. Edwin kan bijna niet wachten tot de batterij opgeladen is en begint meteen daarna sfeerfoto´s te maken. Hij is héél enthousiast over zijn nieuwe toestel.

 

Donderdag 6 november 2003

We kunnen natuurlijk niet wéér een dag spijbelen….. Gelukkig valt foto´s maken van het huis ook onder de beheerstaken. Bovendien veeg ik de straat weer eens (met de echte takkenbossenbezem maar dat valt nog tegen in de praktijk) en zoeken we heel goed naar de lange ladder. Kunnen we niet vinden. Kijk eens in de oranjerie, zegt Dirk….. toch nog een vertrek waar we niet eerder geweest zijn.

We rijden een rondje om wat herfstkleuren te fotograferen, via Sant Jaume en El Pla naar San Martí. Daar lunchen we in ´El Rebost´, een restaurant wat we hierbij tot absolute favoriet verklaren. Hoog gehalte bouwvakkers, schaaltje pinda´s op tafel, lekker eten, fles wijn en gaseosa erbij, carajillo toe (koffie-cognac) en dat voor 7 euro per persoon. Het haardvuur brandt, de bediening is vriendelijk, en de volgende keer neemt Edwin als voorgerecht ´pudin´, als hoofdgerecht ´pudin´ en als nagerecht ´pudin´. Zo lekker hebben we de Spaanse variant van in de oven gebakken pudding nog niet eerder gegeten, met kaakjes onderop, walnoten en rozijnen erdoorheen en een heerlijke caramelsaus erover. Mmmm, dat zal heel wat kilometers kosten om die calorieën er weer af te fietsen.

´s Avonds moet Edwin voor een ECG, een urinetest en een ademhalingtest naar de kliniek, dat wordt allemaal vlot afgehandeld en hij wordt goedgekeurd. Hij heeft een ´corazon enviable´, zegt de dokter, een benijdenswaardig hart. Daarna kopen we nog even snel wat snoertjes in diverse computerwinkels en uur later hebben we twee laptops in een netwerk gekoppeld en kunnen we een diashow van digitale foto´s bekijken op de televisie. We zijn heel erg blij met onze nieuwe apparatuur. Eigenlijk is het niet eerlijk. Als ik terugdenk aan die uren die we vroeger in de doka doorbrachten, hoeveel moeite het soms kostte om een goede foto af te drukken, in het donker met al die stinkende chemicaliën, dan gaat het nu wel érg makkelijk.

 

Vrijdag 7 november 2003

Edwin maakt een poosje herrie met de bladblazer, daarna fietst hij het rondje van 65 km dat we gisteren met de auto gedaan hebben. Ik ga op de fiets naar El Vendrell, het is markt. Dirk belt om te vertellen dat de ladder in het huis van Daniël staat in gemetseld. Maandag of dinsdag komt de aannemer het oude raam in de badkamer te verwijderen en het nieuwe te plaatsen. Hij zal ook de ladder bevrijden. In de salon is het 13,7 graden overdag, buiten is het bijna 20 graden.

 

Zaterdag 8 november 2003

Na de gebruikelijke hark- en veegsessies zet Edwin het raam dat in de badkamer moet komen in de grondverf. Bij de bakker in Santa Oliva haal ik vers brood en een ´coca´. Bij ons zit er ansjovis op, of spinazie, of doppertjes, of tomaat. Hier komt bovenop de laag spinazie eerst wat ui en dan witte bonen en een paar reepjes paprika. Ziet er kleurrijk uit, en smaakt prima. 

 

Zondag 9 november 2003

Ik sta om 9 uur net buiten de deur met mijn racefiets, als Edwin alweer terugkomt. Het heeft een beetje geregend vannacht, en met een man of vijf van de club heeft hij een halfhartige poging tot trainen gedaan, maar de weg is eigenlijk te nat. De weerman had beloofd dat het droog zou blijven, maar ze zijn nog geen 10 minuten onderweg of het begint alweer te spetteren. Dus draaien ze om en brengen hun viesgespetterde fietskleding weer linea recta richting moeder de wasvrouw.

Om een uur of elf wordt het toch weer wat lichter en we besluiten om naar Santa Oliva te lopen. Even lekker naar buiten, vers brood halen, koffie drinken in een bar en wat foto’s maken onderweg. Bijna alle winkeltjes zijn open en we kopen twee cabazos, plastic kuipen met twee handvaten, om de bladeren in te doen. We vallen geloof ik nogal op als we door het dorp lopen met die grote dingen tussen ons in en het stokbrood dat er bovenuit steekt. De timmerman van Dirk heeft ons in ieder geval meteen in de gaten als we langs zijn huis lopen. Hij belooft van de week te komen, dat scheelt me weer een telefoontje. In Saifores komen we nog twee buurmannen tegen. Na een goed gesprek over godsdienst vraagt de buurman van het hoekje of Edwin mee komt helpen olijven oogsten morgen. De lafaard bedankt vriendelijk maar biedt wel aan met zijn motorzaag te komen. Dat is de bedoeling niet, er moet olijfolie geproduceerd worden, geen brandhout.

 

De olijven worden hier met een soort kam van de takken gekamd. De boer staat hoog op de ladder tak voor tak af te kammen en de olijven, groen en zwart door elkaar, vallen op de netten die op de grond uitgespreid liggen. De overbuurman van Daniël is getrouwd met een Duitse vrouw en praat goed Duits. ’s Middags computeren we in gezelschap van de kleine staartloze gekko die ergens in een laatje van de tafel woont.

 

Maandag 10 november 2003

Kwart voor zeven op, want de aannemer kan komen. We dekken alle meubels in de kamer van Dirk en Annelies af met plastic, ruimen de werkkast waar de boiler moet komen te hangen uit en halen vloerkleden weg op plekken waar bouwvakkers zullen lopen. Na de koffie nog geen aannemer te zien. Het is nu nog mooi weer maar er zijn onweersbuien voorspeld dus Edwin gaat bladblazen. Als ik terugkom van mijn boodschappenexcursie per fiets beweert hij dat hij wel 12 kruiwagens blad heeft verwijderd. Lijkt me wat overdreven. Na de siësta nog geen aannemer of onweersbui te zien.

Digitaal foto’s bewerken is erg leuk en geeft direct resultaat. Het kost natuurlijk wel veel tijd, vooral de eerste keren. Edwin krijgt al snel weer last van zijn muishand, nadat hij al zijn grijze baardharen donker heeft zitten muisklikken. Tja, wie mooi wil zijn moet pijn lijden…..

De muis in de provisiekast is razendsnel en pijnloos aan zijn eind gekomen.

 

Dinsdag 11 november 2003

Het heeft flink geregend maar Edwin heeft ons multifunctionele kampeerzeil op het platte dak gelegd. Dat heeft geholpen, in de emmer die we als voorzorg toch bij het bankstel gezet hebben zit geen druppel water. In de tussenkamer zit een vochtplek in het plafond. Of was dat al? In afwachting van de aannemer gaat Edwin het verfhok opruimen, kwasten schoonmaken en zo. Ik sop de houten wenteltrap en stofzuig wat in het rond. Als het om vier uur wel duidelijk wordt dat de aannemer vandaag ook niet komt gaat Edwin nog een stukje fietsen.

Naarmate we langer in het huis wonen, verandert het perspectief. Eerst was de salon een enorme balzaal, nu is het gewoon een lekkere ruime kamer geworden. Hetzelfde geldt voor El Vendrell, leek de stad eerst vooral druk en lelijk, nu we de weg een beetje weten ontdekken we steeds meer leuke plekjes en mooie winkels.

De postbode heeft eindelijk de brief bezorgd die Riet een week geleden al verstuurd heeft. De bezorging ziet er geprivatiseerd uit: jonge vrouw met kindje in een gewone auto. Zeker een deeltijdfunctie, één ochtend per week of zo.

 

Woensdag 12 november 2003

Omdat de aannemer niet is op komen dagen mag ik hem bellen van Dirk. Raventós belooft overmorgen te komen maar verandert dat twee tellen later in morgen. Dat houdt in dat we vandaag mooi samen kunnen gaan fietsen. Eerst bladeren vegen, dan koffie drinken, daarna is de ergste kou opgelost en dan komen we tegen etenstijd langs ons favoriete restaurant. Maar als we net de koffie op hebben komt er opeens een auto oprijden met de zoon van de aannemer en nog een bouwvakker. Ze beginnen met het maken van een afvoer voor de nieuwe wc en zetten later het raam in de badkamer. Ze werken netjes, Dirk heeft ze goed afgericht. Er komen steeds meer auto’s oprijden. De aannemer (druk mannetje met aan zijn oor vastgegroeide mobiele telefoon, zodra hij zijn mobieltje in zijn zak doet begint het ding meteen met een vrouwenstem ‘José, José’ te roepen), de timmerman (leuk, vriendelijk), allemaal hebben ze wat nodig of willen ze wat zeggen of vragen. Edwin belt met Dirk, en met z’n allen komen we er wel uit, geloof ik. (Raventós zegt dat hij Dirk niet zelf wil spreken, want dat bezorgt hem alleen maar nóg meer werk). De lange ladder van Dirk is terecht, die had de aannemer bewaard omdat het huis van Dirk al dicht was toen het huis van Daniël afgesloten werd. Nu kan Edwin het dak op om de laatste boom die geknot moet worden onder handen te gaan nemen.

De jongste bouwvakker heet ‘tu’, oftewel ‘jij’. ‘Jij!’, doe dit. “Jij’, doe dat! ‘Jij’, haal een ladder uit de schuur! En ‘jij’ rent al weer.

Ons vertrouwen in het postsysteem is wat afgezwakt. Vorige week hadden we wat brieven in de brievenbus hier op het pleintje gedaan en die waren de dag erna weg. (Er zit een ruitje in zodat de postbode meteen kan zien of er wat in ligt). Maar de kaarten die we er nu in gegooid hebben liggen al drie dagen te wachten. Voortaan brengen we de post maar naar het postkantoor in El Vendrell.

 

Donderdag 13 november 2003

De aannemer heeft wel drie keer gezegd dat ze om 7 uur ’s ochtends beginnen (“wij zijn mensen van de morgenstond”), dus de wekker gaat weer om half zeven. Klokslag 7 komt de werkploeg aan, dik aangekleed, ijsmutsen op. Het is een graad of 12, onbewolkt, het wordt een prachtige dag.

“Jij” ruimt keurig alles op in de badkamer waar ze gewerkt hebben, daarna wijdt hij zich met Junior aan het boren van een gat in een gigantisch dikke muur in de schuur, waarachter de afvoer van de nieuwe wc aangesloten moet worden op de buis van de andere wc. Spaanse bouwvakkers zijn gewend om voor zich zelf te zorgen, in tegenstelling tot de Nederlanders gaan ze niet van uit dat ze om de haverklap koffie geserveerd krijgen. Om 9 uur gaan ze naar een bar voor hun almuerzo en tussen de middag gaan ze thuis eten of nemen ze een menuutje in een restaurant.

Om twaalf uur zijn ze al weer klaar, dus kunnen we toch nog even fietsen. Ik naar Villafranca en terug (40 vlakke, makkelijke kilometers), Edwin de bergen in, via Vilarodona en langs de kustweg terug, 90 kilometer met ruim 900 meter stijging erin. We hebben al een paar dagen niet op de weegschaal gestaan, ik ben bang dat het een beetje fout gaat. We fietsen minder kilometers dan thuis, ook omdat we nog geen rondjesroutine opgebouwd hebben hier. Thuis hebben we het kleine oefenrondje, het gewone oefenrondje en het grote oefenrondje, nog afgezien van de clubroutes. Hier zijn de wegen toch wat drukker en zijn we nog een beetje zoekend. Allemaal dankbare smoezen voor luie wezens zoals ik.

Manolo begon in augustus al likkebaardend te praten over ‘turrón’, de Kerstlekkernij die nu al in grote stapels klaarligt in de supermarkten. We hadden al eens wat turrón geproefd maar waren er niet weg van, het was hard en droog. We wilden toch wat nader onderzoek plegen, Manolo is een echte fijnproever. Als we lunchen met de club bestel ik meestal hetzelfde als hij, dat is altijd het lekkerst. Dus hebben we wat verschillende smaken turrón geprobeerd en we geven toe: dat spul is fataal voor fietsers die op hun gewicht letten. Officieel bestaat turrón voor een groot deel uit amandelen, vaak is het marsepein- of nougat-achtig snoepgoed maar net zo vaak is er geen amandel te bekennen en is het voornamelijk chocola (met in rum gewelde rozijnen erin of zo….) Turrón kan los verpakt snoep zijn, of marsepein figuren maar meestal zijn het langwerpige blokken van twee ons. Ik snij kleine stukjes voorbij onze avondkoffie, mar volgens mij klopt het opgegeven gewicht niet. Zo’n blok is opvallend snel op. Vandaag had ik 700 calorieën verfietst en Edwin het dubbele, dus vanavond mogen we wel een stukje extra. Het is toch al feest, want we hoeven de wekker niet te zetten. De timmerman komt morgen maar die slaapt nog om zeven uur, heeft hij ons verzekerd.

 

Vrijdag 14 november 2003

Timmerman Carlos belt netjes van te voren om aan te kondigen dat hij om tien uur begint. Met nog twee man gaat hij aan de trap werken. Een uur later komt zijn vader erbij, nog een man, en een hond. Vader en hond gaan weer weg, vierde man blijft achter. Het is net de zoete inval. Edwin is de straat aan het vegen als hij in gesprek raakt met een oud mannetje. Mannetje blijkt vroeger hier rond het huis gewerkt te hebben en heeft hele verhalen over hoe het er toen aan toe ging. We raken de draad van zijn verhaal een beetje kwijt als hij vertelt hoe de barones afstamde van de markies uit Tarragona (of andersom). We verstaan hem niet letterlijk, maar de grote lijn is duidelijk. In de bodega vertelt hij waar alles voor was, in welke vaten welke wijn of azijn zat, en waar de worsten bewaard werden. Hij vertelt over de zomers dat de hele familie hierheen kwam, over de oogst, over de vele bedienden, over de feesten en hoe hij dan op de fiets broden ging halen in Santa Oliva. Toch was vroeger niet alles beter: er was zo weinig stroom, dat als de olijvenpers gebruikt werd de rest van het dorp zonder elektriciteit zat. De pers ‘at’ alle stroom op. In de tussentijd is de straatveger van de Gemeente bezig. In plaats dat hij nu tevreden denkt: “Mooi, die beheerders hebben net alles keurig geveegd”, denkt hij: “Hé, er liggen al weer twee nieuwe blaadjes op straat” en plichtgetrouw veegt hij iedere stukje dat Edwin een half uur geleden heeft gedaan nog een keer. De postbode heeft ons weer weten te vinden, de brief van Riet heeft er nu maar drie dagen over gedaan en de brievenbus is ook geleegd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Edwin brengt de middag door op het platte dak boven de schuren. Overhangende takken afzagen en de jaren oude laag dode bladeren verwijderen.

 

Zaterdag 15 november 2003

Eerst gaan we een stukje fietsen (Aiguaviva en terug, 30 km.) want er is regen voorspeld. Na de koffie, gebruikelijk veegactie en excursie met wat plastic zakken naar de container gaan we naar El Vendrell. Daar worden vandaag ´kastelen gebouwd´, oftewel menselijke torens, door de jongerengroep van de lokale kastelenbouwers. We kennen het inmiddels van de tv, in Valencia moet deze contactsport ook beoefend worden maar we hebben het nog nooit gezien. Er is zelfs een competitie met een ingewikkelde puntentelling. De spelregels zijn ons niet helemaal duidelijk, maar er zijn diverse figuren mogelijk die in moeilijkheidsgraad verschillen, van soms wel 8 of 9 man hoog. Zo hoog gaan ze hier vandaag niet, vijf lagen is al knap hoog! Onder muzikale begeleiding van een trommel en drie herdersfluiten wordt er geklommen. Het is inspannend om te doen en heel leuk om te bekijken. Vooral de kleintjes die bovenop moeten zien te komen zijn echte acrobaten. Op tv hebben we een kasteel dramatisch in zien storten, hier gaat gelukkig alles goed. Het Rode Kruis is nadrukkelijk aanwezig met een paar ambulances. Eén keer gaat de boel wankelen, de kleinste die onderweg is naar boven wordt halverwege teruggeroepen, en de toren wordt in sneltreinvaart weer afgebroken. Het lijkt Edwin ook wel wat, vooral zo´n instorting: hij onderop en een stuk of twintig leuke jonge meiden bovenop hem.

Zondag 16 november 2003.

Het regent hard. Wat vervelend nou, nu moeten we de hele dag binnen blijven, lekker op de bank met een goed boek, kacheltjes en waxinelichtjes aan, muziekje aan, warme chocolademelk met turrón, later een wijntje met olijven…….. wat hebben we het toch zwaar!

 

Maandag 17 november 2003.

Gisteren zijn de Catalanen naar de stembus geweest. De Nationalisten hebben gewonnen, kopten de kranten vandaag. Het uitroepen van de Republiek Catalunya lijkt slechts een kwestie van tijd. De spandoeken met de boeventronies zijn vandaag meteen weer verwijderd uit het straatbeeld en vervangen door kerstverlichting.

Hoewel het flink geregend heeft valt de lekkage mee. Er is alleen maar water binnengekomen onder drie van de twaalf ramen van de salon, onder de openslaande deuren door en langs de schoorsteen in de tussenkamer. Ik geloof dat Edwin stiekem hoopte dat het dak van de schuur niet meer zou lekken omdat hij het schoongemaakt had maar zo makkelijk gaat dat natuurlijk niet: er staat weer een respectabele hoeveelheid water in de kruiwagens.

De timmerman rijdt af en aan en laat wisselende hoeveelheden hulpjes achter bij de trap. Edwin zaagt de takken klein die boven het dak hingen en voert ze af.

 

                                                                                                                            

 Ik maak een vergeefse tocht naar het internetcafé, wat vrijdag perfect ging wil vandaag niet lukken. De computer weigert de bestanden van mijn diskette bij de mail te voegen. Dan maar weer enveloppen versturen in plaats van mailtjes. Wel een bakker gevonden die goed ‘Hollands’ volkorenbrood heeft.

 

Dinsdag 18 november 2003.

Prachtig zonnig weer, de temperatuur zal vandaag oplopen tot 22 graden, belooft de weerman. Nu is het hier óók november, wat inhoudt dat die temperatuur alleen bereikt wordt tussen tien over twee en vijf voor half drie. De nachten zijn vrij koud, de temperatuur loopt heel langzaam op in de loop van de dag en zakt aan het eind van de middag heel snel. Iedereen vertelt ons dat we het koud zullen krijgen in de winter in zo´n groot, oud huis. Edwin houdt vol dat we er wel tegen kunnen, wij zijn tenslotte nog van de generatie die is opgegroeid met ijsbloemen op de slaapkamerramen. Hij heeft zelfs een verhaal over ijs op zijn dekens.

De timmermannen zijn bijna klaar met de trap. Carlos vindt het tactisch heel slim van Dirk om geen hout- of gaskachels aan te sluiten: beheerders die het koud krijgen als ze stil zitten, gaan vanzelf hard werken om het weer warm te krijgen! We redden het nog steeds gemakkelijk met een ventilatorkacheltje in de keuken en twee straalkachels in de salon. Zolang de stroom niet uitvalt…..

Het dashboard van het busje van de timmerman is bedekt met een dikke laag stof, maar dat geeft niet, zegt hij, een goede fles wijn herken je toch ook aan een laag stof.

 

Woensdag 19 november 2003.

De dag begint goed: de ochtendkoffie drinken we in het zonnetje in de tuin, in gezelschap van de hop, het roodborstje, een boomkruiper en een kudde staartmezen. We hebben vrij, geen bouwvakkers vandaag. Maar na de koffie gaat alles mis.

Edwin is te verkouden om te fietsen. De grasmaaier slaat steeds af, als hij de kanten wil maaien met de trimmer komen er rookwolken uit en zowel de lamp boven de voordeur als die op de overloop houdt ermee op. Als ik wil douchen houd ik opeens een deel douchecabine in mijn handen, de croutons branden aan en aan het eind van de dag gaat mijn neus ook lopen.

Dus dat wordt snotterend op de bank een videofilmpje kijken. Edwin waant zich iedere avond in de hemel: zoveel videobanden om uit te kiezen en nog naar zijn smaak ook. Als hij zich niet inhoudt heeft hij voor de Kerst alle goede films gezien en moeten we over naar categorie ´Tweede Keus´ : ¨Jungle boek¨ of ¨De Reddertjes¨. Bijna iedere dag draaien we wel een stuk van de muziekvideo van Maná, onze favoriete Spaanstalige popgroep. Nooit verwacht in het huis van Hollanders een video van Maná aan te treffen.

Dirk heeft aangekondigd dat we logees krijgen. De boodschappen zijn gedaan, er is geveegd, gesopt en gestoft, hun bed is opgemaakt en het koffiezetapparaat is ontkalkt, wij zijn er klaar voor.

 

Donderdag 20 november 2003.

Vandaag komt de timmerman de allerlaatste hand leggen aan de wenteltrap. Dat heeft hij al vaker gezegd maar iedere keer is er toch een gedeelte lijm niet droog en moet hij weer terug komen. Maakt ons niet uit, het is een leuke vent. Een sticker op zijn auto verklaart dat hij een fan is van de ´gigants´, een verschijnsel dat we niet kennen. Zijn ogen gaan glimmen als hij vertelt over de ´reuzen´ van Santa Oliva, verklede dorpelingen op stelten die op de lokale feesten rond lopen. De belangrijkste feesten zijn in augustus, maar in januari valt er ook wat te vieren en dan kunnen we ze dus zien.

De ogen van Carlos gaan nog iets meer glimmen als we vertellen dat Inez vanavond komt….

Aan het begin van de avond komen Inez (fotografe) en Marco (schilder), kunstenaars die een huisje in een geitenkeuteldorpje in de provincie Almería gekocht hebben en nu op weg naar Holland zijn. Toen Dirk en Annelies het huis pas gekocht hadden hebben Inez en Marco hier maandenlang gebivakkeerd en veel (verf)werk verricht. De Gele Kamer is van hun hand en er hangt een schilderij van Marco tegenover onze slaapkamer. In de keuken kletsen we tot we omvallen van de slaap.

 

Vrijdag 21 november 2003.

We praten de hele ochtend en een groot deel van de middag. Tijdens een uitgebreide rondleiding door het huis vertellen ze ons allerlei dingen die we nog niet wisten.

Daarna gaan Inez en Marco op bezoek bij Dolores, een buurvrouw die vroeger schoonmaakte hier, die we nu dus ook kennen. Wij gaan wijn halen voor Dirk en Annelies. Dat kan er nog wel bij in het busje van Inez en Marco. Bij Cal Boter vragen ze hoe we de rosé willen hebben. Weten wij veel! Rosé is rosé, bij ons. En ik heb deze week nog gelezen dat rosé niet gemaakt wordt door rode en witte wijn te mengen. Hier lezen ze geen boeken over wijn maken, hier máken ze wijn. En ze mengen gewoon rood en wit tot een zeer drinkbare rosé. Als we zeggen dat het voor ´die Hollanders´ is, weten ze meteen hoe de mengverhouding moet worden.

 

We passen een poosje op Roma en Buda, de honden van Inez en Marco, wat van beide kanten goed bevalt. Vroeg naar bed gaan zit er weer niet in omdat we nog lang niet uitgepraat zijn. Sinds we gereageerd hebben op de advertentie van Dirk hebben we al heel wat mensen ontmoet die aardig, ongewoon en interessant zijn.

 

Zaterdag 22 november 2003.

Marco wilde vroeg vertrekken dus staan wij ook vroeg op om ze uit te zwaaien. Hun ontbijt bestaat uit koffie met shag, maar verder zijn we het behoorlijk met elkaar eens, of het nu gaat over Spanjaarden of over kwasten schoonmaken. Om half 8 rijden ze weg. We gaan ze zeker eens opzoeken in Sorbas.

Te veel wijn en te weinig slaap eisen hun tol. De rest van de dag presteren we niet meer dan vers brood halen in Santa Oliva en slaap inhalen. Edwin mist de honden maar het is wel lekker dat de poort gewoon weer open kan staan. Buda gaat er vandoor zodra hij de kans krijgt en het valt niet mee hem weer te pakken te krijgen.

 

Zondag 23 november 2003.

Het is zwaarbewolkt en er wordt veel regen voorspeld dus wordt er niet gefietst. Te voet verkennen we de directe omgeving. We halen de ´burgemeester´ van Saifores in. Hij woont op het hoekje en houdt vanachter zijn dikke brillenglazen alles in de gaten. Wij noemen hem het schuifelmannetje, omdat hij op zijn pantoffels altijd net naar de container schuifelt als wij daar ook naar toe gaan. Hij blijkt toch nog een aardige snelheid te kunnen ontwikkelen. Gewapend met zijn wandelstok loopt hij naar een boerderij verderop, waar hij zijn oude brood af geeft voor de schaapskudde. Hij wil wel even weten waarom Edwin niet is gaan fietsen.

Langs velden vol groene kolen, bloemkolen en spruiten zwerven we over onverharde weggetjes richting Santa Oliva. Mannen die geen moestuin hebben of niet fietsen zijn vandaag aan het jagen. Misschien dat er af en toe een konijn door een kolenveld rent maar verder is wild schaars hier. Dus komt ´jagen´ erop neer dat ze in groepjes, in camouflagekleding, vuurtjes stoken in de dennenbosjes. Ze roosteren wat vlees, niet zelf geschoten maar gekocht in de supermarkt, en drinken er een biertje bij.

Na een bezoek aan de bakker lopen we langs het middeleeuwse kasteel en de oude wasplaats van Santa Oliva. Dan gauw naar huis, lekker vers brood eten.

 

Ondanks de verzekering van het schuifelmannetje dat het wel zou vallen met de regen, wordt het een natte middag. Edwin traint in de hal, op de rollen.

 

De verkoudheid is weer over, de weerman voorspelt een paar zonnige dagen.

 

Maandag 24 november 2003.

Als de mensheid te verdelen valt in optimisten en mensen die leren van hun ervaringen, valt Edwin in de eerste categorie. De zon schijnt, om tien uur zitten we buiten aan de koffie en hij kondigt vrolijk aan dat hij om één uur gaat fietsen en dat hij voor die tijd nog even de binnenkant van de werkkast gaat stucen. Hij moet nog wel even ‘spul’ halen, maar hij neemt geen yeso, want daar kan hij niet mee werken. Ik moet een paar boodschappen doen en mail ophalen, maar daar heeft hij allemaal geen tijd voor, dus gaat hij met de auto naar El Vendrell en ik op de fiets. Aangezien ik mijn twijfels heb aangaande zijn planning ben ik allang blij dat ik voorlopig weg ben. Om half één kom ik terug en tref Edwin in halfverwilderde staat aan in een nog niet half gestuukte kast. Hij had zich laten adviseren, kwam dus toch thuis met vier grote zakken yeso, is daarmee de strijd aangegaan en heeft die verloren. Zoals gebruikelijk. Na een worsteling met klonten en spetters en spul wat niet wil hechten heeft hij de strijd opgegeven. Dus hij weer terug naar de bouwmaterialenhandel, drie zakken yeso omgeruild voor een paar zakken mortero en nu heeft hij het een beetje onder controle. Het spul mengt prima en hecht lekker. Tot ’s avonds laat is hij in de kast bezig met stucen, gladstrijken, zwartgevlekt plafond en muren behandelen met voorstrijk en de boel weer opruimen. Mijn taak beperkt zich tot sussen, stofzuigen, aanmoedigen en voederen.

 

Dinsdag 25 november 2003.

Bewolkt, maar later breekt de zon door. Boomsoort één is klaar met ontbladeren, de vijg is nu aan de beurt. De vijg is een heel achterbakse boom, hij wacht tot Edwin klaar is met vegen en zodra de kruiwagen weggezet is laat hij gauw weer een lading blad vallen, de pestkop! Het wachten is op boomsoort drie, we weten niet zeker of dat een groenblijvende soort is. Er bloeien nog wat bloemetjes, er vliegt af en toe nog een vlindertje langs maar helaas zijn de muggen ook nog steeds actief.

Edwin fietst zijn gebruikelijke rondje van 64 kilometer, ik doe de was en ’s middags zitten we lekker een poosje in de zon op het dakterras.

 

Woensdag 26 november 2003.

Vandaag de stuclaag in de kast gedroogd. Dat is hard werken. We zetten alles open en kijken de luchtvochtigheid naar beneden. Een record gevestigd: in de keuken bereiken we de 59%.

Vanaf zijn fietsrondje ziet Edwin steeds een ruïnedorpje liggen en daar wil hij eens gaan kijken. Met de auto geprobeerd er te komen, maar het lukt niet. Geprobeerd te lopen maar dan stuiten we op ‘verboden toegang’-bordjes. Wel door La Talaia gereden, een mislukte urbanisatie. Er staan veel tweede huizen hier in het berggebied, vakantiehuizen voor de zomer. We rijden door naar Santes Creus, waar een mooi klooster staat. Daarvandaan naar La Llacuna en wat op de regiokaart een grote weg leek, blijkt een rustig kronkelende, perfecte fietsroute te zijn. Door een mooi gebied met veel dennenbomen maken we een rondje en komen precies op etenstijd in San Martí.

Het handgeschreven dagmenu is natuurlijk in het Catalaans. Desgevraagd krijgen we een toelichting in echt Spaans al weet de ober niet meteen alle gerechten te vertalen. Bovendien eten ze hier weer andere dingen dan we in Valencia gewend zijn dus het blijft een beetje een gok wat we bestellen. We kijken de kunst maar een beetje af van de bouwvakkers. Helaas was er geen ‘pudding vandaag, maar de taart smaakte ook prima. Toetje van de buurman: een bordje amandelen met rozijnen.

Na veel oefenen lukt het ons af en toe om ‘adíos’ in het Catalaans te zeggen. Het is een soort kruising tussen het Brabantse ’houdoe’ en het Franse ‘adieu’ maar dan moeilijker: ‘adéu’.

 

Donderdag 27 november 2003.

Heel de nacht heeft het gestormd en het houdt maar niet op. Het waait blijkbaar te hard om in de olijven te werken, Kildo’s garagedeur staat wagenwijd open: op de ouwehoerstand. Edwin voegt zich bij de mannen, met de kaart. Kildo is altijd enthousiast en weet veel. De wind die nu waait heet de ‘’sierso”, die waait alleen hier. Het is een soort mistral, de hemel is strakblauw. Kildo legt Edwin uit hoe we in het ruïnedorpje Marmellar moeten komen en beveelt nog een soortgelijk dorpje aan: Selma, daar moeten we beslist ook gaan kijken.

Edwin is heel tevreden over ‘de spullen’ van Dirk maar gelukkig heeft hij nu toch een lacune ontdekt. Er is geen schaaf dus moeten naar de ijzerwarenzaak. In de kast blijkt nog een stuk balk rot te zijn en Edwin gaat dat wegwerken achter twee planken. Een schaaf is daarvoor onontbeerlijk. Het keuzeproces is tijdrovend en het bestuderen van de rest van het assortiment kan wel uren duren. Langer dan een minuut enthousiasme kan ik niet opbrengen bij het zien van de verschillende stucborden of wetstenen. Dus voordat het echt uit de hand loopt en hij een hogedrukspuit en twee betonmolens wil aanschaffen sleep ik hem de winkel weer uit. Winkelen met hem is toch een ramp en ik ben altijd meer geld kwijt als hij erbij is. Dan ligt er opeens een lekker stuk chocolade met amandelen in mijn mandje. Of bij de Caprabo ontdekt hij dat ze ‘Pannenkoekmeel Kabouter’ verkopen van Koopmans. Dus nu eten we pannenkoeken vanavond. Nou ja, heeft hij wel verdiend als hij de plankjes netjes in de kast heeft gemonteerd.

’s Avonds valt de stroom in het hele dorp regelmatig heel even uit.

 

Vrijdag 28 november 2003.

We hebben het al een paar dagen aan zien komen maar nu weten we het zeker: ik heb weer een oogontsteking. Gisteren al geïnformeerd in de kliniek in El Vendrell maar daar kan ik pas in februari bij een oogarts terecht. We worden verwezen naar het Academisch Ziekenhuis in Tarragona. Het is ongeveer dertig kilometer hier vandaan, we hebben de kaart bestudeerd en reizen vroeg af richting Tarragona. Onze ochtendkoffie loopt wat vertraging op omdat de stroom nog steeds om de haverklap uitvalt, maar om negen uur zijn we bij het ziekenhuis. We worden verwezen naar de afdeling voor spoedgevallen waar ik een Nederlandstalig inschrijfformulier in moet vullen. Zomers komen hier natuurlijk veel toeristen. De afhandeling gaat erg vlot. Iemand vult wat in, stuurt ons naar een ander gebouw waar de oogartsen zitten, ik ben snel aan de beurt, wordt vlot onderzocht, daarna weer naar een andere balie voor een afspraak, even langs de financiële afdeling om te betalen (spoedconsult 110 euro) en om elf uur staan we al weer buiten. In zulke gevallen is het wel jammer dat we niet echt goed Spaans spreken of dat we hier niet de luxe hebben van Nederlandstalige oogartsen zoals aan de Costa Blanca. Maar het was een leuke jonge oogarts, ik weet natuurlijk precies wat ik heb en wat ik nodig heb en samen zijn we aardig uitgekomen op een behandeling tussen wat hij normaal voor zou schrijven en de zwaardere therapie waarvan ik uit ervaring weet dat ik dat nodig heb. Hij schrijft geen Prednison voor maar ik krijg wel Indicod-tabletten, we zien wel of dat de ontsteking afdoende remt. Met tetraciclinezalf hebben ze hier geen ervaring dus dat krijg ik niet. Het is niet echt druk, we hoeven nergens lang te wachten en we zijn erg tevreden over de vlotte afhandeling.

Over een week moet ik terugkomen. Eerder als dat nodig mocht zijn. Dus ik zal me rustig moeten houden, niet teveel lezen, tv-kijken of computeren. Dat gaat nu toch niet lekker want mijn pupil is door de oogdruppels verwijd dus zie ik alles wazig. Dit is ook niet het juiste moment om Tarragona te gaan bekijken, we gaan meteen naar de apotheek en dan naar huis. Het is 5 jaar geleden dat ik voor het laatst een ontsteking had maar het went weer héél snel. Ik had het op slechtere plaatsen kunnen krijgen, op Paaseiland of zo. Maar nu dreigt Edwin weer met een maandenlange fietskampeertocht naar verre oorden vol ontberingen volgende winter, omdat ik er dan blijkbaar géén last van krijg.

Zaterdag 29 november 2003.

Vroeger ontmoetten de dorpsbewoners elkaar bij de waterput, tegenwoordig gebeurt dat bij de vuilcontainer. Edwin maakt een praatje met de man-met-de-ijsmuts die zijn boxer aan het uitlaten is. Een paar uur later is Edwin bladeren aan het harken als de man-met-hond terugkomt van de ‘campo’. Hij heeft tijm geplukt, en wij krijgen ook een bosje, voor de soep.

Het andere grote huis in het dorp is eigendom van een Stichting, er wordt regelmatig van alles georganiseerd. Doordeweeks worden schoolkinderen van een jaar of 6 per bus aangevoerd die daarna met de juf een rondje door het dorp lopen. Blijkbaar zijn ze bezig met een project over dorpen of straten, want op iedere hoek wordt wat verteld. Hier werpen ze altijd een blik door de poort. Het is dat Edwin niet valt op Spaanse schooljuffen, anders zou hij meteen een cursus ‘Spaanse Spookverhalen vertellen’ gaan volgen, in een poortwachtersuniform bij de poort gaan staan en indruk maken. Vandaag wordt er een congres gehouden van bibliothecarissen uit school- en openbare bibliotheken. Met zoveel collega’s in de buurt krijg ik last van beroepskriebels. Bij gebrek aan een goedgevulde boekenkast ga ik de videobanden maar netjes sorteren.

De grasmaaier stopt steeds na één baantje maaien dus brengen we hem naar de dealer voor een onderhoudsbeurt.

 

Zondag 30 november 2003.

We hebben onze boodschappenhorizon inmiddels verlegd naar Llorenc, 3 kilometer verderop. Met name door de apotheek. De winkel van de coöperatie bevalt ook erg goed, gewoon een lekkere buurtsuper met vriendelijk personeel. Natuurlijk is er ook een ijzerwarenzaak die goed gesorteerd is. Vandaag wordt de ‘Dag van de nieuwe olijfolie en wijn” gevierd. Na een gezamenlijke maaltijd begeeft men zich richting kerk, waar tijdens de mis olie en wijn geofferd worden. Daarna is er een optreden van een dans/muziekgroep en van reuzen. De zon schijnt, het is gezellig en de barbecues roken vrolijk. Buurman Kildo is ook van de partij, hij zwaait enthousiast naar me.

In het Catalaans heet olie geen ‘aceite’, maar ‘oli’. Een plek waar olijven geperst worden heet dan ook een ‘moli d’oli’.

Hier in het land van de cava (Spaanse champagne) worden geen postzegels of munten gespaard, hier spaar je cavadoppen. Er blijken regelmatig bijzondere doppen geproduceerd te worden en die zijn geld waard voor de verzamelaars. Van 1,20 € tot over de 20 €.

 

Edwin fietst 95 kilometer over de route die we per auto verkend hadden.

Morgen is het december, de kerstversiering rukt op. De supermarkt ligt vol stapels turrón en andere luxe delicatessen, zoals cava. Nu sta ik even op rantsoen, geen wijn bij de medicijnen, maar zodra de ontsteking over is trekken we ook een fles cava open. Hopen dat dat nog vóór de Kerst is!

 

Maandag 1 december 2003.

Er is regen voorspeld en het regent inderdaad. Edwin heeft de emmer witte verf al klaar staan, trekt zijn overal aan en wil de kast gaan witten als blijkt dat het water langs zijn pas gestuukte muur loopt. Dat is niet bevorderlijk voor de hechting van de verf. Zodra het droog is gaat hij het dak om te kijken of hij er wat aan kan doen. De scheur in het dak boven het bankstel heeft hij een paar dagen geleden behandeld, zoals het er nu naar uitziet met goed resultaat. Met het ventilatorkacheltje krijgt hij de kast zo ver droog dat hij in de loop van de avond toch kan gaan witten.

Bij de Stichting is door de zware storm een hele tuinmuur omgewaaid.

We brengen Kildo de foto die ik gisteren van hem gemaakt hebt. Hij geeft een toelichting op de feestelijkheden en kondigt meteen aan dat vanaf half januari er iedere zondag wel ergens in de buurt een feest is. Dan worden er optochten gehouden met ´dieren en karren´. Op de vraag of er dan ook kastelen gebouwd gaan worden, antwoordt hij ontkennend. Dat kan alleen zomers, zegt hij. Er moet flink bij gezweet worden zodat de overhemden goed aan de lijven plakken, anders hebben de voeten van de klimmers niet voldoende houvast. En ´s winters is er gewoon te weinig zweet. Bovendien klimmen ze op blote voeten.

In de supermarkt wordt het assortiment geleidelijk aangepast aan de komende feestdagen. Asperges, gerookte zalm en garnalen in allerlei soorten en maten worden blijkbaar veel gegeten, net als noten en zuidvruchten en heel veel koekjes, turrón en chocolade. We zijn er wel aan gewend dat je hier op de vleesafdeling hele konijnen kan kopen, inclusief kop, of kippenpoten maar nu is de keus aan delicatessen nog groter: varkenssnuiten, lamshersenen en hele speenvarkens, geroosterd (19 euro voor een halve) of rauw, pootjes bij elkaar gebonden (8,95 euro per kilo).

 

Dinsdag 2 december 2003.

Door mijn oogdruppelschema zijn we vaak heel vroeg wakker en daarna slapen we onrustig. We hebben allebei een nachtmerrie gehad over het huis. Edwin droomde dat het water omhoog borrelde tussen de tegels van de hal door. Ik droomde dat Dirk en Annelies onverwacht aankwamen met een stuk of 20 gasten en dat ze boos waren omdat ik niet alle bedden had opgemaakt en niet had gekookt voor 22 man extra.

De zon schijnt, Edwin fietst eerst zijn 65 kilometer rondje en ik ga moppen. De spinnen denken dat ik nu helemaal niets zie en zijn een massale invasie begonnen. Dat hebben ze dus verkeerd ingeschat.

Ik dacht dat ik me afgelopen zondag onopvallend tussen de feestvierders in Llorenç had begeven, maar dat blijkt ook niet te kloppen. De man van de grasmaaierwinkel heeft gezien dat ik er alleen rondliep, met het fototoestel. Hij geeft wat toelichting op de Catalaanse feestgebruiken en wil graag horen dat ik het allemaal erg leuk vind. De grasmaaier is vrijdag pas klaar.

Mijlpaal: voor het eerst van mijn leven foto´s op een cd-rom ´gebrand´.

 

Woensdag 3 december 2003.

De regenmeter geeft aan dat er 10 liter water per vierkante meter is gevallen. Na iedere bui lopen we argwanend door het huis, op zoek naar sporen van lekkage. Zat die vlek er al? We vegen de plas water van het dak af en controleren de afwatering van de oprit. Zelfs zonder cursus watermanagement heeft Edwin toch bescheiden succes geboekt op dat gebied. Bij de bank heeft het niet gelekt en in de kast ook niet. Later blijkt dat die lekkage zich verplaatst heeft naar even buiten de kast maar het is wel minder geworden.

Sinterklaas heeft een pakketje gestuurd met een fotopuzzel, een cd met sinterklaasliedjes en een zak kruidnootjes. Ik eet hooguit drie kruidnootjes en opeens is de zak leeg. Nu is Edwin morgen natuurlijk zwaarder als hij op de weegschaal staat en dat is dan mijn schuld omdat ik niet méér kruidnootjes gegeten heb.

De videorecorder heeft het begeven. Hij kon de hoge werkdruk niet aan. Meteen een nieuwe gehaald vóór de ontwenningsverschijnselen toeslaan.

Isabel van het internetcafé registreert de tweede mijlpaal in deze week. ´Hé´, zegt ze enthousiast, ´je zei een zin in de verleden tijd en je had alle werkwoorden goed!´

 

Donderdag 4 december 2003.

Dirk belde gisteravond, vanmorgen stond meteen de loodgieter voor de deur. Hij gaat de boiler uit de wc verplaatsen naar de werkkast. Hij belooft vanmiddag te komen maar belt later op dat het morgen wordt.

Stralend blauwe lucht, dus Edwin moet fietsen. Hij heeft een lange ronde gepland van meer dan 100 kilometer. Na 39 kilometer krijgt hij een lekke band, bij kilometer 41 meteen weer één. Er zit een groot gat in zijn versleten achterband dus dan houdt het op. Hij boft: zijn mobieltje heeft dekking, we hebben per auto de route verkend en ik voel me goed genoeg om te rijden. Mijn oog was mooi wit vanochtend en ik voel me een stuk beter dan een paar dagen terug. Ergens bij Valls pik ik de eenzame fietser op.

´s Middags gaat het regenen, Edwin veegt de schuur aan.

 

Vrijdag 5 december 2003.

Afgelopen nacht heeft het flink geregend en geonweerd. We hebben niets te klagen over het weer, op tv zien we steeds beelden van overstromingen in Zuid-Frankrijk en hevige sneeuwval in delen van Spanje waar dat zeldzaam is. In de bergen bij Ronda zitten auto´s vast in de sneeuw, in Andalusië!

Ik moet om 9.00 uur bij de oogarts zijn maar natuurlijk komt de loodgieter toch later dan hij beloofd had. Zodra hij er is gaan we weg en over de tolweg komen we toch nog precies op tijd bij het ziekenhuis aan. Het loterijkantoor bij de ingang van het ziekenhuis is net zo groot als de bloemen- en leesvoerwinkel. Spanjaarden geven jaarlijks meer uit aan loterijen dan aan ziektekostenverzekeringen. In de wachtkamer meent Edwin aan een vlek op de muur te zien dat het hier lekt. We zitten op de vierde etage en er zitten nog zeker zes verdiepingen boven ons dus misschien moet híj zich ook maar even na laten kijken.

 

De dokter is erg tevreden en samen komen we uit op een afbouw van het druppelschema gedurende

 

drie weken. Ik kan bijna niet geloven dat ik er dit keer zo snel en makkelijk af kom. Met de loodgieters aan het werk is dit alweer niet het juiste moment om Tarragona te bekijken, we gaan gauw naar huis. Als de mannen gaan solderen blijkt dat de brandmelder in het halletje uitstekend functioneert. Goed dat we thuis zijn want ze hebben geen idee hoe ze zo´n ding het zwijgen moeten opleggen.

Edwin haalt de grasmaaier op en krijgt een hele verhandeling over de kwaliteit van de hedendaagse benzine, Als die ouder is dan 6 weken gaat de kwaliteit erg achteruit en mag het niet meer gebruikt worden in de maaimachine. Edwin maait gauw nog het gras voor het donker wordt en dan gaan we eten. We wachten liever tot de loodgieters weg zijn maar dat duurt te lang, tegen die tijd vallen we van de graat. Die Spaanse bouwvakkers maken zulke lange dagen, dat is in Nederland verboden. Vandaag nuttigen we een geïmproviseerde maaltijd omdat de elektriciteit en het water een tijd afgesloten zijn geweest vanwege de werkzaamheden. Wel gezellig, eten bij kaarslicht, maar toch is het een rare sinterklaasavond.

Om 8 uur zijn de loodgieters net weg als er aangebeld wordt. Ana, de dochter van de Spaanse makelaar van Dirk en Annelies is net terug uit Nederland en komt sinterklaascadeautjes brengen. We krijgen allebei een heerlijke chocoladeletter en een videofilm: ´De ontdekking van de hemel´ en ´Chocolade´. Wat een leuke verrassing! Zo krijgen we toch nog een echt Sinterklaasgevoel.

 

Zaterdag 6 december 2003.

Vandaag is het een feestdag: de dag van de grondwet. Een feestdag herken je aan het grote aantal racefietsers op de weg en de opstijgende barbecuegeuren tussen de middag. Maandag is ook een feestdag maar noch de loodgieters noch de man met de ijsmuts kunnen vertellen welke feestdag dat precies is.

De zon schijnt heerlijk, voor mannen is het goed weer om te fietsen, voor vrouwen om de was buiten te hangen en te moppen. Edwin fietst 110 kilometer, ik veeg, stofzuig en mop de sporen van de loodgieters weg. Bij inspectie van de torenkamer blijkt dat er nog steeds spreeuwen binnen komen, ze schijten de nieuwe traptreden helemaal onder. Maar nu heb ik gezien door welke gaatjes ze naar buiten gaan, dus daar zal ik Edwin wel eens op afsturen met wat cement.

Het is zulk lekker weer dat in zelfs een poosje in mijn T-shirt buiten kan zitten. Onderweg registreert Edwins thermometer 16 graden als maximum.

´s Avonds trekken we ons lekker terug op ons ´warmte-eiland´: lekker op de bank met ieder een straalkacheltje.

 

Zondag 7 december 2003.

De voorspelde regen blijft uit, het is weer een zonnige dag. We gaan een stukje rijden, wat wandelen, water en wijn halen en uit eten. Ondanks de aanwijzingen van Kildo kunnen we de ruïnestad nog steeds niet vinden. Lekker stukje gewandeld, maar we kwamen bij een zenderpark uit in plaats van bij het verlaten kerkje. In Vila-Rodona (net buiten het ´Penedès wijngebied, deze wijn heeft de D.O. Tarragona) is de Coöperatie open. Daar waren we op voorbereid, we hebben jerrycans bij ons, twee voor wijn en een stuk of twaalf voor water. Een vriendelijke buurvrouw brengt ons regelmatig haar lege waterjerrycans en Edwin heeft in Santes Creus een bron ontdekt. Nu de wijn jerrycans vol zijn, gaan we op weg naar de waterbron. In Santes Creus is het feest, het verkeer wordt hevig ontregeld door twee agenten en er is zoveel gebrek aan parkeerruimte dat de bron onbereikbaar is geworden door de auto´s. De restaurants zitten natuurlijk ook overvol dus zullen we ergens anders ons heil moeten zoeken. Edwin weet nog wel een restaurant dat er leuk uitziet. Hij fietste een keer een dorpje in maar de weg bleek dood te lopen, en aan die weg gaan we nu eten. Met Edwin is het altijd hollen of stilstaan. Hij houdt van extremen, zegt hij zelf. De ene dag zitten we in een restaurant van het type geprivatiseerde bedrijfskantine te eten waar een menu 7 euro kost, een paar dagen later zitten we op chique en betalen we ruim vijf keer zo veel. Ik heb daar altijd wat moeite mee (Trut! Wees blij dat je het niet aan een oogarts of loodgieter hoeft uit te geven!) maar dit is toch wel weer een bijzondere belevenis.

´El Racó a Renau´ is een soort huiskamerrestaurant met een stuk of zes tafeltjes. Louis, de eigenaar en kok, komt uit Brussel, is in de zeventig, heeft twee keer de hele wereld rondgereisd, had lang geleden een groot, chique restaurant in Marbella en is nu neergestreken in Renau. Hij heeft het restaurant helemaal zelf opgeknapt. Spanje is het beste land, zegt hij. Hier is het lekker rustig. Hij laat ons de truffels en morieljes zien die hij gisteren zelf gezocht heeft in de bergen. Edwin verorbert een gigantische entrecote, ik neem kabeljauw in een saus van honing, saffraan en amandelen. Als we aan het toetje bezig zijn (verrukkelijke ´Tarte Tatin´ of chocolademousse) hebben de andere twee gasten net afgerekend. Nadat wij binnengekomen waren besloot Louis dat voor 4 man koken genoeg was voor vandaag en liet zijn hulpje op de andere tafels de bordjes ´gereserveerd´ neerzetten.

We hebben heerlijk gegeten. Op de terugweg flaneren we nog even over de boulevard van Coma-Ruga. De terrasjes zitten vol Spanjaarden achter grote borden schaaldieren en kannen sangria. Het is prachtig, windstil weer, één Spanjaard loopt zelfs in zijn korte broek. Veel campings hier langs de kust zijn gewoon open, als het zulk weer is als vandaag is het hier goed overwinteren!

 

Maandag 8 december 2003.

De feestdag van vandaag heeft dus te maken met Maria Onbevlekt Ontvangen. Zouden die mannen dat nou echt niet weten of durven ze me dat niet uit te leggen?

Zelf op het Spaanse Televisiejournaal wordt aandacht besteed aan ´El Príncipe Guillermo-Alejandro´ die de erfgename van de Nederlandse troon laat zien. De Koninklijke Larf, zou Midas Dekkers zeggen. Verder staat de nieuwslezer uitgebreid stil bij de resultaten van een lang weekend: zoals gewoonlijk zijn er weer veel verkeersdoden gevallen, 65 dit jaar en dat is ongeveer gelijk aan voorgaande jaren.

 

Dinsdag 9 december 2003.

De loodgieters komen nog even terug om de nieuwe wc aan te sluiten. Daarna kan Edwin leidingen verven, ik kan weer wat schoonmaken en de werkkast inruimen. Dan beginnen we in de torenkamer, muren afborstelen en de vloer schoonmaken.

Edwin fietst even heen en terug naar Vilafranca (34 km) en vestigt een nieuw record: 32,5 km/uur. Onderweg hoor je overal het tsjpoef-tsjpoef geluid van de hydraulische snoeischaren. We zijn nog nooit thuis geweest in januari dus we weten niet hoe ze bij ons in de vallei druiven snoeien maar hier snoeien ze allemaal op luchtdruk.

 

Woensdag 10 december 2003.

Het is nu echt koud. De oude mannetjes zitten in de zon, op het leugenbankje. Zo koud is het normaal pas in januari, zeggen ze. In de salon is het 9 graden. In de zon is het lekker en zolang we wat doen is het goed uit te houden. We wennen aan de lage temperaturen, we gaan de kachel al lager zetten en fleecejacks uitdoen als de thermometer in de keuken de 18 graden nadert.

Edwin verft nog meer leidingen wit en stuukt wat gaatjes dicht.

 

 

 

 

 

 

Donderdag 11 december 2003.

Het is prachtig zonnig weer. De hibiscus stond nog dapper te bloeien maar nu is hij geraakt door een klein tipje nachtvorst.

Edwin gaat fietsen, ik moet naar de kapper. Dat is altijd een hachelijk avontuur. In Xaló is het makkelijk, ik word altijd door hetzelfde meisje geknipt en ik hoef niets anders te zeggen dan 'hetzelfde’. Maar nu gaan ze natuurlijk weer van alles vragen, hoe het zit en hoe het moet en of ik schuim of gel wil en zo. Niks zo gevaarlijk als te snel ‘ja’ zeggen bij een kapper. Ik heb al een hekel aan naar de kapper gaan en dat is dubbel zo erg als ik met een verwijde pupil loop. Dat ziet er niet uit, net alsof er niemand woont achter dat oog. Zo voelt het trouwens ook. Mijn oog werd weer rood, dus na overleg met Edwin de Ervaringsdeskundige heb ik het druppel- en slikschema maar weer iets opgevoerd. Soms krijg je gelijk al wil je het helemaal niet hebben.

De eerste kapsalon is me te luxe, de tweede is een stuk normaler. Het blijkt een knipschool te zijn met veel leerling-kapsters. Ik zeg iets te snel ja waardoor ze er minder afknipt dan ik eigenlijk van plan was. Op de avondschool oefen je allerlei gesprekjes, maar geen kapperbezoek. Het zit in ieder geval weer netjes voor 8 euro en er komt 1 euro bij voor gebruik van een handdoek. Daarna nog even langs het internetcafé en de Caprabo en dan lekker lunchen in het zonnetje op het dakterras.

De lootjesverkoop neemt epidemische vormen aan, bij de loterijkantoren staan de mensen in de rij. Alle winkels verkopen verschillende soorten loten, zelfs bij de bakker besteden mensen meer geld aan loten dan aan brood.

 

 


Edwins standaard lange 110 kilometer ronde, met lunch in La Llacuna. Boven de 600 meter zijn de hoogste toppen gestrooid tegen opvriezing.

 

We ondernemen een archeologische expeditie naar de tussenkamer. Volgens Dirk moet daar nog een oude klok liggen die mooi zou staan aan de keukenmuur. Na veel gezoek vinden we een paar leuke boeken, een mooie oude blokschaaf en wat beitels, en nieuwe klok die het doet en inderdaad de oude klok. Edwin dacht dat hij misschien het uurwerk zou kunnen schoonmaken en dat de klok het dan weer zou doen, maar helaas, deze klok is niet meer door ons te redden.

 

Vrijdag 12 december 2003.

Het is prachtig weer en de temperatuur loopt ook weer wat op. We kunnen in T-shirt buiten zitten. “Compleet zomer”, zou mijn schoonvader zeggen. Door dit soort dagen komt hij ieder jaar weer tot de conclusie dat het ‘s winters in Spanje beter weer is dan ’s zomers in Nederland.

Edwin doet wat klein verfwerk en besluit de terrasdeuren op te knappen. Er zitten nu zulke grote gaten in het onderste panelen dat hij het niet langer aan kan zien. Met wat restjes hout die er nog staan aangevuld met wat glaslatjes en profielen uit de ferreteria  en een potje verf weet hij het aanzien van de deuren aanzienlijk te verbeteren. Bovendien worden kou en regen hier nu beter tegengehouden, hopen we.

 

Zaterdag 13 december 2003.

Alwéér zon! Edwin klust verder, ik ga even naar El Vendrell op de fiets, zonder jas. We hebben foto’s af laten drukken vanaf cd-rom en we zijn heel erg tevreden over het resultaat. De nieuwe camera bevalt uitstekend. Bij de bakker staat een bord buiten: ze hebben ‘cocas de tardor’. Een soort herfstpizza met paddestoelen, spekjes en pijnboompitten erop. Mmmm, goed voer voor een hardwerkende klusjesman. Edwin schiet lekker op dus ik kan weer wat vertrekken schoonmaken en weer inrichten.

 

Zondag 14 december 2003.

Edwin ziet af van het clubfietsen, om 8 uur ’s ochtends is het nog wel érg koud. Bovendien is het dit weekend feest in Arboç, Santa Llúcia wordt uitgebreid gevierd. Met een markt, demonstraties van ambachten, muziek én er worden kastelen gebouwd. We komen eerst terecht op een plein vol kantklossende dames, blijkbaar wordt dat hier geestdriftig beoefend. Clubs uit verschillende dorpen, gezeten aan lange tafels, beconcurreren elkaar. Eromheen staan allerlei kramen met kantklospatronen, kantklosklossen en alle kitscherige dingen die je van kantklosklossen kan fabriceren. In de zijstraten staan de kraampjes met kerstversieringen, broodjes, worst en kaas, en allerlei ambachtelijk geproduceerde objecten. Een optocht met muziek en een soort reuze-dwergen (cap-grosses oftewel grootkoppen) trekt met veel lawaai en enthousiasme door de straten. De zon schijnt zoals het hoort en iedereen heeft het naar zijn zin. In een hal worden cava-doppen verhandeld en om een uur of één verzamelt de menigte zich bij het oude stadhuis.

 

Op het kleine plein, tussen de oude gevels, gaan de kastelenbouwers uit Vilafranca en Arboç hun kunsten vertonen. De eerste toren stort meteen in maar ze beginnen altijd met de kleinste dus het valt wel mee. Omstebeurt maakt de gele ploeg uit de Vilafranca en de rode uit Arboç een menselijk bouwwerk. De trommel en herdersfluiten zorgen voor de klimmuziek. Het is een heel ontspannen, feestelijk gebeuren. Als de ene ploeg te weinig mensen heeft helpt de andere ploeg gewoon even mee met ondersteunen. Eén toren wordt voortijdig gestopt maar de rest lukt allemaal. De hoogste is die met zeven mens-verdiepingen. Het is nog een heel georganiseer, met schema’s en lijsten met namen en iedereen moet op de goede plek staan op het juiste moment. Soms wordt er wel tien minuten gepraat, gewezen en geroepen voordat er opeens geklommen wordt. Heel spannend, heel leuk.

 

De restaurants in Arboç zitten natuurlijk allemaal vol, dus rijden we naar Llorenç. In restaurant ‘Marinada’ is nog plaats en voor 12 euro p.p. kunnen we daar, gezeten onder een systeemplafond met tl-buizen genieten van een zondags 4-gangen lunchmenu, inclusief wijn en brood. Het hoofdgerecht wordt geserveerd met een grote artisjok. Helaas laten de buren dat ding onaangeroerd maar ik heb de theorie bestudeerd dus ik weet er een eetbaar stukje uit te halen.

Iets te veel turrón met amandelen heeft me een klein stukje vulling gekost. Gauw onze eigen Hollandse tandarts gebeld, we kunnen de 23e nog terecht. Dus gaan we volgende week een dag eerder naar huis.

 

Maandag 15 december 2003.

De dagen vliegen. Soms lijkt het of we de hele dag niets doen. De dagen zijn kort (maar hier hebben we nog altijd een uur langer daglicht dan in Nederland) en we zitten natuurlijk ook wel eens een poosje lekker in de zon maar toch zijn we tussendoor nuttig bezig. Er gaat gewoon heel veel tijd zitten in naar het dorp fietsen, boodschappen doen, huishouden, en van die heel kleine klusjes waarvan niemand het ziet als je ze gedaan hebt. Zoals de douchekoppen ontkalken, een deur schoonmaken of een raam zemen. Edwin zie ik af en toe langskomen met een emmer cement op weg naar het dak, hij hoopt de lekkage te kunnen verhelpen door wat dakpannen die verschoven zijn vast te zetten.

 

Dinsdag 16 december 2003.

We zouden eerst naar Barcelona gaan vandaag maar daar hebben we geen zin in. De route het binnenland in langs leuke dorpen als Montblanc en Prades is ook te veel van het goede. We kiezen voor Selma, het door Kildo aanbevolen ruïnedorpje. Geheel tegen de gewoonte in weten we het te vinden. We rijden maar één keer verkeerd over de onverharde bosweggetjes. Het laatste stuk lopen we, ik vind het teveel Volvo-mishandeling om door te rijden. Selma staat al zeker 100 jaar leeg en is erg vervallen. Het ligt prachtig, het is heerlijk wandelweer en we maken mooie foto´s. Daarna gaan we water halen in Santes Creus. Via een prachtige weg door Salomo komen we weer op de kustweg waar we restaurant Masia Francas willen uitproberen. Het is een vrij chique toestand in een 14e eeuws gebouw waar je voor 9,26 euro een vier-gangen menu krijgt. Je krijgt al meteen een grote geroosterde boterham op een klein schoteltje, met een hele tomaat en een ongeschilde knoflookteen erbij. Je wordt geacht daar die boterham mee in te smeren. Hoe dat moet zonder het hagelwitte tafellinnen onder te kruimelen weet ik niet. En er zitten weinig mensen te eten dus kan ik de kunst weer niet afkijken. We kunnen kiezen uit drie hoofdgerechten: Edwin neemt runderstoofvlees, ik heb geen zin in vis met graten, dus kies ik nummer drie, de Catalaanse specialiteit van het huis die als je het van de kaart eet al 9,50 euro kost: ´Pies con caracoles´ (spreek uit: pi-jees). Ik ben in een roekeloze bui, ik wéét wat het betekent maar ik hoop dat het er appetijtelijk uit ziet en ik neem me dapper voor het op te eten. Misschien hebben ze wel een onherkenbare ragout gemaakt onder een bladerdeegdekseltje of zo. Als voorgerecht heb ik gelukkig de gestoofde witte bonen met worst genomen dus ik heb niet echt honger als het bord varkenspootjes met slakken voor mijn neus gezet wordt. Ik ben minder dapper dan ik dacht en doe alsof ik ervan eet. Aan zo´n poot zit weinig vlees, het is voornamelijk bot met lellen. Edwin lust alles en eet de helft van mijn hoofdgerecht ook nog op. Maar goed, het levert een foto op en wat tekst voor dit verslag.

 

Weer thuis vinden we het antwoord op de vraag wat de postbode doet met een envelop die niet door de brievenbus past als we niet thuis zijn: die schuift ze gewoon onder de poort door. Blijft de vraag wat ze dan doet als het regent of als we straks tien dagen weg zijn. De gemiddelde snelheid van een brief is op dit moment 12 dagen, of die nu 400 kilometer zuidelijker of 1600 kilometer noordelijker gepost is.

Vandaag weer een heel leuke envelop van Sint gekregen, met een foto van de Edammer Sint in functie en drie Libelles. Die ga ik lekker langzaam lezen.

De openingstijden van de winkels zijn erg verschillend. De handel in zakken cement gaat al om vier uur open, het internetcafé om half vijf en de fotozaak pas om vijf uur. Dat is nou ook weer vervelend, nu moeten we een half uur overbruggen bij de luxe bakker waar je koffie kan drinken met een heerlijk in likeur gedrenkt gebakje erbij. Gezellig mail lezen, of de krant, we komen dat half uur wel door.

Om vijf uur halen we de foto´s op die als kerstkaarten gaan dienen. De enveloppen zijn al geschreven en morgenochtend gaat alles op de post. Het is krap maar met een beetje geluk komen ze nog net op tijd aan, naar Nederland toe gaat de post een stuk sneller.

 

Woensdag 17 december 2003.

Het is bewolkt en koud. Afgelopen nacht hebben we voor het eerst een extra deken over het dekbed gelegd en in pyjama geslapen. Edwin wit het plafond van het halletje bij de werkkast, ik fiets naar het postkantoor en doe nog wat andere boodschappen. Bij de kerk in El Vendrell is een kleine levende Kerststal ingericht met een schaap en wat eenden. Ik ben weer aan het minderen met druppels en pillen, het ziet er naar uit dat het deze keer goed gaat. Nu ik gestopt ben met de atropine zal ik over een week weer scherp zien en er weer normaal uitzien.

In de keuken hebben we nu twee klokken: één van Dirk voor het mooi, en één van Annelies waarop we kunnen zien hoe laat het is.

 

Donderdag 18 december 2003.

Bewolkt, de temperatuur stijgt iets. Er zat toch weer een spreeuw in de torenkamer, Edwin maakt met bouwschuim nu ook de allerkleinste gaatjes dicht. Er wordt nog wel dagelijks geharkt maar dat is gedeeltelijk uit gewoonte en gedeeltelijk symbolisch. De bomen zijn zo goed als kaal.

We gaan boodschappen doen in Vilafranca, we willen ook wijn halen daar maar ze zijn overal aan het werk, het is één grote wegomlegging dus dat komt een andere keer wel. Edwin fietst een stukje, ik mop de salon en de slaapkamer en aan het eind van de middag gaat het eindelijk weer eens regenen. Mooi, dan kunnen we kijken hoe de stand van lekkagezaken nu is.

 

Vrijdag 19 december 2003.

Het heeft te weinig geregend om conclusies te kunnen trekken over lekkage. Vandaag gaan we verder in de torenkamer. Edwin schuurt de balken, ik schuur de spijlen van de trap. Stoffig klusje. Langzaam verdwijnen de resten van decennia spreeuwenpoep. Boktorren en houtwormen hebben flink hun best gedaan in de balken. Met lunchtijd vind ik wel dat we genoeg stof en herrie geproduceerd hebben voor vandaag, maar Edwin weet natuurlijk weer van geen ophouden. De baas z´n geld is niet van blik, zegt hij dan en verdwijnt fluitend weer naar boven. Dan ga ik ook maar verder. Het is al donker als hij klaar is met de balken.

 

Zaterdag 20 december 2003.

Het winterzonnetje doet weer zijn uiterste best. Ik ga voor het eerst in drie weken weer een stukje fietsen. Edwin zet de balken in het torenkamertje in het anti-houtwormspul. De balken zuigen zo hard dat ik meteen als ik weer thuis ben op mijn andere fiets weg kan om nog twee blikken te halen.

 

Zondag 21 december 2003.

Edwin fietst zijn rondje van 65 kilometer, ik doe een kleiner rondje. Gedeeltelijk omdat ik erachter kom dat hij zonder sleutels vertrokken is. Mijn schuld natuurlijk, ik heb de vragenlijst niet volledig afgewerkt. ´Heb je je zakdoek? Ja. Zal ik je grote bidon vullen of je kleine? Ja. Heb je je telefoontje? Ja. Heb je je hartslagmeter? Nee. Zal ik die even van boven halen? Ja. Heb je je portemonnee? Ja. Zit er geld in je portemonnee? O, nee, geloof ik´. Daardoor afgeleid vergeet ik te vragen of hij zijn sleutels bij zich heeft. Niet dus. Ik was toch niet van plan ver weg te gaan want vandaag vieren ze in San Jaume het feest van de jonge wijn en de nieuwe olie. Niet dat er veel nieuws te zien is: twee reuzen, wat grootkoppen, rokende barbecues en kerstliedjes zingende kindertjes van de kleuterschool. In het programma staat dat het feest begint om ´2/4 van 10´. Bij de bakker liggen kerstbroden, dik bestrooid met poedersuiker, ´stollen´ heten die. Rare taal, dat Catalaans. Waar een rechtgeaarde Spanjaard een ´ch´ schrijft, zetten zij een ´x´ neer. ´Xips´, dus. Hier drinken ze geen ´vino tinto´, rode wijn, maar ´vi negre´, zwarte wijn.

 

We hebben het hier heel erg naar ons zin gehad. Edwin kan zijn ei goed kwijt en vergeleken met fietskamperen baden we nu natuurlijk in weelde. Het huis is heel bijzonder en we beginnen eraan gehecht te raken.

Qua cultuur is het natuurlijk weer helemaal niets geworden de afgelopen twee maanden. Het enige dat ik van Barcelona gezien heb is een fotozaak en die was duidelijk niét door Gaudí ontworpen. In El Vendrell is de beroemde cellist Pau (Pablo) Casals geboren maar zelfs zijn geboortehuis of een ander museum daar heb ik niet bezocht. Maar dat ben ik eigenlijk ook niet van plan. De bodega van Freixenet staat wel op het verlanglijstje, net als de Romeinse resten in Tarragona. Misschien in januari of februari?

Meestal verlangen we na een lange periode van huis naar ons eigen bed en onze eigen douche maar daar hebben we nu geen last van. Bed en douche zijn hier bijna net zo goed als thuis. Nu kijken we uit naar onze eigen houtkachel, onze vaste telefoonlijn (zelfs de laptop wil naar huis, hij zeurt al weken dat hij het Internet op wil om zijn virusdefinities te updaten), ons eigen dorp, de mannen van onze eigen fietsclub en onze eigen tandarts. Ik wil mijn eigen oefenrondje fietsen en Edwin kan dan ons eigen gras maaien. Sinds de chocoladeletters ben ik niet meer op de weegschaal geweest. Ik denk dat ik dat maar even zo houd tot na het etentje met de fietsclub en de oliebollen van Riet.

Ons huis zal wel erg klein lijken na dit grote huis!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Saifores, week 1/2 – 2004.

 

Ons eigen huis is niet klein, het past ons precies, het is comfortabel en gezellig. De muren zijn weliswaar nogal wit maar verder zijn we nog steeds zéér tevreden met ons eigen huis en onze omgeving. Met enige vertedering kijken we naar de plek op de buitenmuur waar de verf loslaat vanwege het vocht. Wat een schattig kleín plekje! Niet te geloven dat we ons daar ooit druk over gemaakt hebben.

Na tien heel gezellige dagen thuis rijden we op 2 januari terug naar Saifores. Beetje dom gepland want de feestdagen zijn hier nog lang niet afgelopen, de kerstdagen duren gewoon tot en met 6 januari, Driekoningen. We hadden nog met de club mee kunnen doen aan de Driekoningenfietstocht in Jávea, iedere deelnemer krijgt na afloop een ‘roscon’, een speciaal feestbrood. Maar goed, het is nu eenmaal zo gepland en het is lekker rustig op de weg want iedereen heeft nog vakantie. Het waait hard, de zon schijnt. De eerste amandelbomen beginnen al te bloeien. Op de viaducten staan mensen te kijken naar de Parijs-Dakar karavaan, die gisteren van start is gegaan. De route die ze vandaag rijden zal geen spectaculaire tv-beelden opleveren. Tussen de middag nemen we een menu in een restaurantje. We hebben begrepen dat het roken in openbare gelegenheden hier vanaf 1 januari ook verboden zou worden maar er is nog niets van te merken.

Het huis heeft de feestdagen goed doorstaan. Zo te zien heeft het hard gewaaid maar niet geregend. De vloer van de hal is bedekt met zout-uitslag, verder is het niet muf of vochtig.

Even boodschappen doen, stukje fietsen, ’s avonds in de salon een videoband kijken of computeren, samen zijn en geen vrienden of familie meer vlakbij….. Het is even omschakelen maar na twee dagen zijn we weer gewend.

 

Maandag 5 januari 2004.

Het is nu écht koud, we hebben een deken op de matras gelegd en gisteravond zijn we voor het eerst in de keuken blijven zitten. De gekko in de slaapkamer is zo verkleumd dat Edwin hem kan aaien, het beest heeft nog net energie genoeg om wat dreigend te blazen, hard weglopen lukt hem niet. We kennen iemand die geen oog dicht zou doen bij de gedachte dat het beest midden in de nacht, aan het plafond, ter hoogte van het kussen, een door de kou veroorzaakte aanval van zuignapmoeheid zou krijgen.

Edwin gaat vandaag de wc witten en het schilderij in de wc ophangen. Ik ga eerst naar het postkantoor in Banyeres. Dirk heeft een maand geleden een pakje opgestuurd (per express!) en nu lag er een briefje in de bus dat we het op kunnen halen, tussen half 10 en half 11 is het postkantoor open. Als bibliothecaresse ben ik een liefhebber van zoeken, vooral van puzzeltochten in onbekende dorpen. De uitdaging is dan om zélf te vinden wat je zoekt. In Banyeres lukt dat niet, ik heb het hele dorp al drie keer door gefietst, geen bord of uithangbord te vinden, ik moet het vragen. Ik word verwezen naar het gemeentehuis en inderdaad, in een soort bezemkast achter in de hal huist de postbode. We hadden bedacht dat Dirk ons wel een videoband gestuurd zou hebben. Toen hij zei dat de postbode het pakje niet onder de poortdeur door zou kunnen schuiven dachten we dat het dan wel twee videofilms zouden zijn. Maar ik krijg een hele kerstpakkettendoos overhandigd. Gelukkig was ik wel zo slim om niet op de racefiets te komen, maar die doos past niet onder mijn snelbinders. Ik moet hem uitpakken om de inhoud over mijn fietstassen te verdelen. Hij blijkt vól videobanden te zitten. Half Banyeres wandelt langs als ik daarmee bezig ben. Nog voordat ik Edwin kan laten zien wat Dirk gestuurd heeft weet de hele omgeving het al. Thuis, bij een kop koffie, bekijken we wat we allemaal gekregen hebben. Goede films, die we nog niet kennen. We kunnen weer een avond of 28 vooruit.

 

 

We zijn keurig op gewicht, we zijn zelfs iets afgevallen tijdens de feestdagen. Ik weeg nu 70 kilo, Edwin 78. Hij wil nog één kilo afvallen, zodat hij in februari, als hij de klimtijdrit moet rijden, nog drie seconde sneller boven is. Oliebollen, turrón en champagne, paella, het maakt allemaal niet uit als je maar genoeg fietst. Dus de doos chocolaatjes uit ons kerstpakket mag meteen open.

We zijn net klaar met afwassen, Edwin gaat de poort dichtdoen. Opeens roept hij dat ik moet komen, de Drie Koningen komen eraan. Vier versierde wagens achter trekkers stoppen bij het schooltje, alle inwoners van het dorp hebben zich daar verzameld. We moeten ook mee naar binnen, gebaart Kildo. De Koningen met hun helpers, wat zwarte pieten en gesluierde ´dames´ nemen plaats in het schooltje. De kinderen worden stuk voor stuk opgeroepen en krijgen van één van de Koningen een cadeau. Ze hoeven geen liedje te zingen en er wordt ook niet gedreigd met een roe of deportatie naar Spanje, toch waren de kinderen op straat de hele middag al veel luidruchtiger dan anders, toch een beetje zenuwachtig. Daarna worden de volwassenen naar voren geroepen en tot onze verbazing worden ´Edwin y Cornelia´ ook opgeroepen. Iedereen krijgt een kaars. Klein foutje gemaakt, we zijn allebei naar voren gegaan en hebben allebei een kaars aangepakt. Later vertelde Dolores dat er eigenlijk één kaars per huis gegeven wordt. En Kildo vertelde dat ze na afloop eten met zijn allen maar hij dacht dat we later terug zouden komen en wij hadden ons niet opgegeven. Volgend jaar beter. We hebben ons eten al op maar dat vertellen we maar niet. We hebben in ieder geval iedereen die we kennen gezien en meteen Gelukkig Nieuwjaar gewenst. Na afloop rijden de Koningen nog een rondje door het dorp en gooien snoepgoed naar iedereen die zich op straat waagt. Daarna gaan we gauw naar binnen, bij onze straalkachels een leuke videofilm kijken.

 

 

 

 

Woensdag 7 januari 2004.

 

Eerst naar El Vendrell, een rondje postkantoor, internetcafé, fotozaak, supermarkt, verfwinkel enzovoorts. Wanten aan. ´s Middags weer naar El Vendrell om de ruitjes op te halen die Edwin besteld heeft. Op de terugweg: wind mee, jas uit. In de zon is het heerlijk. Het is ´s nachts rond het vriespunt maar overdag stijgt de temperatuur al weer wat. Edwin schuurt het eeuwenoude stof van de muren in de torenkamer en speelt daarna voor glaszetter. Had hij beter andersom kunnen doen, dat had een hoop stof gescheeld in de salon. Maar hij kon zich natuurlijk weer niet inhouden. Ik zorg voor de logistiek: heen en weer lopen met koffie en nijptangen, spijkertjes aangeven en zo. Dirk belt, de mannen houden telefonisch werkoverleg over de balken van de pantry die vervangen moeten worden.

 

Donderdag 8 januari 2004.

Eerst naar El Vendrell, enzovoorts. Edwin begint aan het verven van de balken in de torenkamer. Dat is een tijdrovende klus maar het knapt er erg van op. Na de lunch gaan we een stukje fietsen, hij via Arboç naar het stuwmeer, richting Villanova, ik verken de kleine weggetjes vlakbij.

Vrijdag 9 januari 2004.

Het waait zo hard dat Edwin niet in de torenkamer kan werken en we kunnen ook niet fietsen. Het is buiten wel opeens een graad of 10 warmer dan gisteren, een heel verschil!

Dus nemen we maar een paar uur vrij, en via de glaswinkel en de ijzerwarenzaak rijden we langs het stuwmeer naar Sitges. Dirk heeft een restaurant aanbevolen: La Masia. Dat blijkt een heel goede tip, het eten is er prima. Er worden meteen kleine olijfjes op tafel gezet, het geroosterde brood hebben ze in de keuken al ingesmeerd met tomaat en knoflook maar het meest bijzondere is toch wel de ´boom´ met worsten die ook deel uitmaakt van de eerste gang. Daarna keuze uit drie voor-, drie hoofd- en drie nagerechten, wijn erbij, en dat voor 11 euro per persoon. Attente bediening en linnen servetten in een sfeervol pand. Heerlijke knoflooksoep gegeten, zalm met kappertjessaus en natuurlijk Crema Catalán toe. Onze buurman nuttigt ´calçots´, geroosterde stengeluien, een echte streekspecialiteit. Die willen we ook een keer eten deze maand en nu kunnen we vast bestuderen hoe het moet. Je knoopt het schort voor, verwijdert met je handen de buitenste, zwartgeblakerde bladeren, doopt de stengel in de saus en vervolgens laat je het als een soort haring naar binnen glijden. Goed dat we nu weten hoe het moet anders waren we de dingen waarschijnlijk met mes en vork te lijf gegaan.

Daarna gaan we naar de boulevard. Het is zeker 15 jaar geleden dat we een paar dagen in Sitges waren, het is heel leuk om hier nu weer te lopen. We flaneren over de palmenboulevard en slenteren door de oude straatjes. Daarna nemen we nog een kopje koffie in een strandtent. Het is 21 graden, de zon schijnt, de golven rollen zachtjes het strand op en de terrasjes zitten gezellig vol. En dat in januari! Mijn romantische tafelgenoot verklaart dat hij eigenlijk net zo geniet van het balken verven in de torenkamer als van hier zitten. De klus-junk! Volgens zijn toelichting is het werk in de torenkamer uniek, hij krijgt niet vaak de kans om iets wat zo oud is op te knappen, en die golven doen gewoon iedere dag hetzelfde.

´s Avonds wakkert de storm weer aan.

 

 

Zaterdag 10 januari 2004.

Prachtig weer. Edwin brengt de ochtend door in de bovenste torenkamer. Met dit weer zou een echte huisvrouw de voorjaarsschoonmaakkriebels krijgen. Ik wil die nuttige impuls niet helemaal onderdrukken, dus loop ik wat rond met de mop en de glassex. Na de lunch fietsen we een klein stukje, en daarna zitten we lekker buiten in het zonnetje. De Catalaanse collega van Erwin Krol zegt dat het niet gebruikelijk is in januari maar dat het nog wel een paar dagen 20 graden blijft.

 

 

Zondag 11 januari 2004.

We ontdekken steeds meer mogelijkheden van onze nieuwe apparatuur, zo kan de software die bij de camera hoort twee foto´s aan elkaar breien, zodat het een panoramafoto wordt zoals van Sitges hierboven.

Nog steeds mooi weer al is het niet zo warm als gisteren. Edwin fietst 110 kilometer, ik 51.

Het is echt lente, er bloeien steeds meer amandelbomen en op een beschutte plek worden zelfs de mimosa´s al geel. Met een beetje geluk hebben we de ergste kou gehad.

 

Saifores week 3 2004.

 

Maandag 12 januari 2004.

Als ik wegfiets naar El Vendrell klinkt er gezang uit de torenkamer. Het is mooi weer. Zoals gebruikelijk ga ik via de verfwinkel, de fotozaak en het postkantoor naar het internetcafé. Daar loopt alles niet zoals het hoort. Ik laat twee pc´s vastlopen en daarna moet Isabel het hele systeem resetten. Daarna gaat het beter, ik geloof dat ik alle mail weer goed weg krijg. Inmiddels zit Edwin zonder verf. Dus gaat hij naar buiten, even harken. Tevens verzorgt hij een demonstratie Oudhollands klompendansen voor de verzamelde mannetjes op het zonnige leugenbankje.

Edwin moet vandaag even rustig losfietsen dus rijden we samen een uurtje over de weggetjes vlakbij. Meteen daarna verdwijnt hij weer de torenkamer in. Raventos, de aannemer, komt even kijken naar de balken die vervangen moeten worden. De man praat niet, hij ratelt. Op zijn manier houdt hij er wel rekening mee dat we niet alles verstaan maar hij kan zich gewoon niet inhouden. Bovendien vindt hij dat we Catalaans moeten leren dus gooit hij er af en toe wat dialect doorheen. Alleen mogen we dat geen dialect noemen, het is een officiële taal, en kom niet aan Cataluña, hij is een echte nationalist. Eén derde van wat hij zegt is serieus, één derde bestaat uit grapjes en de rest is onzin. Woensdag of donderdag komt hij ons halen om balken uit te gaan zoeken bij de balkenfabriek,  Edwin mag dan de lunch betalen, Dirk wordt iedere ochtend wakker met een nieuw idee en architecten zijn gek. Het is aan ons om iedere mededeling in de juiste categorie onder te brengen.

 

Dinsdag 13 januari 2004.

Gisteravond begon het weer te stormen en vanochtend wees de weegschaal 1,3 kilo meer aan. Nu klinkt er gemopper vanuit de torenkamer. Het waait echt te hard om daar nu te werken. Mopper, mopper. Het waait ook te hard om te fietsen. Mopper, mopper. Gelukkig is er nog iets anders wat we moeten doen voor Dirk. We lopen naar Santa Oliva waar we in de antiekwinkel gaan vragen wat een roodkoperen ketel kost die Dirk daar gezien heeft. De winkel is dicht, de bakker niet. Na de aanschaf van wat lekkers stijgt de humeurbarometer al weer. Op de terugweg komen we Kildo tegen die olijfbomen aan het snoeien is. Hij heeft altijd tijd voor een praatje. De olijfbomen die hier groeien zijn van de variëteit Arbequina. De bomen hebben een heel andere structuur dan de olijfbomen in Xaló en leveren een veel betere kwaliteit olie. Arbequina stelt andere eisen aan grond en klimaat en wil bij ons niet groeien, heeft Armando met een spijtig gezicht verteld tijdens ons kerstreces. De olijfolie uit Xaló is voor eigen gebruik en voor ´de grote hoop´, de oogst is geen aanleiding voor feestelijkheden. De olie uit de Penedès is veel beter en heeft zelfs een beschermde herkomstbenaming: Denominación de origen Siurana.

Na een demonstratie olijven snoeien en een vieze mop over konijntjes vertelt hij over zijn jeugd. Hoe zijn moeder aan tbc stierf toen hij 7 jaar was, hoe hij opgroeide bij zijn grootouders en hoeveel honger hij geleden heeft net na de oorlog. Brood was er niet, alleen vijgen en olijven. Toen hij 9 jaar was woog hij 21 kilo. Gelukkig heeft hij het nu een stuk beter en hij is zeker niet mager meer.

 

Woensdag 14 januari 2004.

Het stormt nog steeds. Het is wel 20 graden maar daar hebben we niet veel aan bij deze wind. Edwin gaat maar aan de slag in de onderste torenkamer, daar waait het niet. Balken schuren, balken in de antihoutworm zetten, enzovoorts. En ik mag weer naar de verfwinkel. Deze keer niet voor verf of voor terpentine maar voor een paar blikken antihoutworm.

 

Donderdag 15 januari 2004.

 

De mededeling dat Raventos woensdag of donderdag zou komen hadden we in de verkeerde categorie ondergebracht. Hij komt niet. Edwin gaat verder in de toren.

 

Vrijdag 16 januari 2004.

Het waait niet meer! We fietsen samen een nieuwe route: over Arboç en Castellet via San Marçal weer naar San Jaume. Prima oefenrondje van ruim 30 kilometer.

´s Middags begint Edwin te witten in de bovenste torenkamer. In de salon heeft de eerste mug in het nieuwe jaar de aanval ingezet.

 

Zaterdag 17 januari 2004.

De bovenste torenkamer gestofzuigd en opgeruimd. Volgende week de vloer nog schoonmaken.

Dan fietsen. Ik rijd het rondje van gisteren, Edwin plakt er nog een nieuw stuk aan vast. Heerlijk weer, iedere dag gaat er meer amandelbloesem open. Maar Edwin is nog maar net thuis of het begint alweer te stormen. In de loop van de avond gaat het steeds harder waaien, net zolang totdat er ergens net buiten het dorp iets los waait of tegen elkaar aanwaait en het hele dorp zonder stroom komt te zitten. Geen tv meer, geen video, kaarsen genoeg maar de kachels doen het ook niet meer…. Er zit niets anders op, we gaan vroeg naar bed.

 

Zondag 18 januari 2004.

 

Het waait te hard om te fietsen, we gaan er met de auto op uit. Edwin heeft geen rust vóór hij in Marmellar geweest, het ruïnedorp hier een kilometer of 15 vandaan. Deze keer benaderen we het dorp van de andere kant. De weg is onverhard en verandert al snel in een motorcross pad, maar het gaat de goede kant op en na een stevige wandeling bereiken we eindelijk het kerkje van Marmellar. Van een afstand zag het dorp er redelijk ongeschonden uit maar van dichtbij is het net zo vervallen als Selma. Het ligt schitterend, het is een heel romantisch dorp geweest. Volgens Kildo zijn de laatste bewoners 30 jaar geleden vertrokken. We lopen wat rond, fotograferen de mooiste ruïnes en lopen weer terug naar de auto. Het is wat kouder vandaag en de wind maakt het buiten niet echt aangenaam. Edwin wil uit eten, we zijn vlak bij Aiguaviva en we hebben daar een interessant restaurant gezien, perfect geschikt voor een zondagse lunch. Bovendien wordt het tijd om ´calçotades´ te eten, de Catalaanse stengeluien. Dus nemen we de specialiteit van het huis: het ´menu de calçotades´. Achter het restaurant wordt in een half olievat het vuur hoog opgestookt met snoeihout van druiven. Binnen, in de uiterst romantische eetzaal, worden de zwartgeblakerde uien opgediend in een oude dakpan. Het is goed dat we het al een keer bestudeerd hadden want het is een hele kunst om de buitenste bladeren ervan af te slopen en de rest, gedoopt in de heerlijke saus, een beetje fatsoenlijk naar binnen te werken. Bij het menu hoort een slab en een extra groot servet. Toch lukt het om het tafelkleed ook nog onder te knoeien en met zulke zwarte handen blijven de wijnglazen ook niet schoon. De uien smaken prima, als heel jonge prei met een heerlijk houtvuuraroma. Na de uien volgen de artisjokken (een echt doe-het-zelf-menu, vindt Edwin, die altijd gaat zitten zuchten als het eten op zijn bord verstopt zit in schelpen, schalen of schillen), dan een bord vol worst, geroosterd lamsvlees en witte bonen, een glaasje cava erbij, en dan een toetje. We zijn verzadigd, vanavond hoeven we echt niets meer te eten.

Het was een echte zondag. Ik ben blij dat we Marmellar eindelijk gevonden hebben, dan kan dat van de lijst geschrapt worden. Nu de fietsenwinkel waar Edwin zijn banden bestelt een nieuwe zaak geopend heeft in het centrum van Barcelona zijn mijn kansen om de Sagrada Familia te zien aanzienlijk gestegen. En we moeten nog naar Siurana, en naar Valls, en we zijn ook nog niet in Monblanc geweest of Vilanova….. Genoeg te doen en te zien nog hier!

 

 

 

 

 

 

Saifores week 4 2004.

 

Maandag 19 januari 2004.

Edwin belt José Raventos: morgen komt hij ons ophalen om balken uit te zoeken. We fietsen ieder ons eigen oefenrondje en ik weet niet of het door de ´calçots´ komt maar we rijden allebei een record wat betreft onze gemiddelde solosnelheid in heuvelachtig gebied. Ik rijd 23,3 km/uur (over 30 kilometer) en Edwin 30,5 (over 47 km)!

 

Dinsdag 20 januari 2004.

Inderdaad: om kwart over acht staat Raventos voor de deur. Na een dik half uur rijden over de tolweg zijn we bij de zagerij. Edwin keurt de balken goed en daarna rijden we binnendoor weer terug. José vertelt onderweg over zijn grote hobby: de jacht. In het weekend jaagt hij op wilde zwijnen, de rest van de week op vrouwen maar daar zegt hij verder weinig over. Alleen de onvermijdelijke mop over konijntjes gaat over tafel. Voor degenen die een cursus Spaans volgen: wat in het Nederlands een ´poes´ heet, wordt hier dus een ´conejo´genoemd. Dat zal de juf vast niet vertellen. Dus dan krijg je moppen zoals, “Hoe pak jij het liefst een konijn beet, zo of zo?”

Uitstapjes zoals dit zijn erg goed voor onze integratie. De regering heeft er verder weinig omkijken naar, de commissie die de integratie van allochtonen bestudeert zou tevreden over ons zijn. We passen ons aan aan de gewoontes van het land, geheel op eigen kracht, slechts met behulp van burgers die ons graag terzijde staan in dit proces. José neemt ons mee naar een restaurant voor de almuerzo. En omdat hij om zeven uur al begint met werken eet hij zijn almuerzo al om een uur of negen. Zodoende zitten we om kwart over negen aan de eerste wijn (verdund met casera – 7up), om half tien zitten we achter een bord gebakken worsten met witte bonen en  ali-oli. Om kwart voor tien besluiten we de maaltijd met een koffie met cognac. Onze gastheer niet hoor, die drinkt water en kamillethee. Hij houdt zich aan zijn dieet vanwege zijn leverkwaal. Eigenlijk mag hij ook niet zo veel vet maar dat weerhoudt hem niet van de worsten en de ali-oli. Alleen vandaag, zegt hij.

José doet ons voor hoe dat precies moet met het geroosterde brood, de knoflooktenen en de tomaten. Daar smeer je eerst het brood mee in, daarna nog olijfolie erover en zout. Heerlijk! Het extreem hoge knoflookgehalte van deze maaltijd bezorgt ons extra bonuspunten en veel dorst en behoefte aan pepermuntjes voor de rest van de dag.

Nadat we het complex dat zijn bedrijf aan het bouwen is bezichtigd hebben in Llorenç zet hij ons weer thuis af. Dirk wil graag weten wat de balken kosten maar dat is weer te Hollands gedacht. ´Tu tranquillo´ is het motto: rustig maar. Dat komt wel goed, zegt José. Dirk heeft altijd nog op tijd betaald en als hij dat niet zou doen, haalt José gewoon alle stutten weg uit de bodega en de schuren. Wie de almuerzo betaald heeft? Raventos, dus de balken zullen wel een paar euro per stuk duurder worden voor Dirk.


 

Woensdag 21 januari 2004.

Prachtig weer. Bijna geen wind, zon, 16 graden. Edwin is het plafond aan het witten in de onderste torenkamer, ik ga de tuin in. Onkruid hakken, water geven. De eerste bloem komt in de aronskelken, de vetplanten krijgen knoppen en de maagdenpalm bloeit al volop. Na de zonnige lunch op het terras gaan we fietsen, Edwin rijdt 64 kilometer en ik 44. Heerlijk, zo in het voorjaarszonnetje rondrijden!

 

Donderdag 22 januari 2004.

Bijna geen wind, wat frisser dan gisteren, beetje sluierbewolking. Na een paar uur in de torenkamer gaan we een rondje fietsen. Over precies een maand moet Edwin de klimtijdrit rijden.

Vanaf nu wordt er serieus getraind en gaat er meer tijd besteed worden aan het fietsen. Edwin houdt al zijn gegevens nauwkeurig bij en ik rapporteer zijn lichamelijke en geestelijke conditie via e-mail aan Manolo. Die neemt het allemaal niet zo zwaar op als Edwin. Edwin doet alleen mee namens de club zodat we een excuus hebben om feest te vieren, en of hij nu als eerste of als laatste eindigt, we vieren hetzelfde feest. Wijze woorden van onze voorzitter, die ´genieten´ hoog in het clubvaandel heeft staan.

 

Vrijdag 23 januari 2004.

 

Edwin is de vloer in de torenkamer aan het schoonmaken. Steen voor steen moet afgeschrobd worden. Eeuwenoude vogelpoep laat zich niet zomaar verwijderen, daar is sterk spul voor nodig en een harde hand.

Daarna gaan we allebei apart op de fiets weg en spreken af bij het restaurant in Castellet, aan het stuwmeer. Op de heenweg is het nog een graad of negen, op de terugweg zestien. In het zonnetje is het heerlijk.

Het is al weer een week of drie geleden dat het Driekoningen was, dus is het hoog tijd voor weer eens een feest. In Valls wordt komende zondag het beroemde uienfeest gehouden. De toerist in mij wil daar graag naar toe. Maar in Santa Oliva vieren ze het jaarlijkse dorpsfeest, met een hoop reuzen en een processie. Als tijdelijke inwoners van Saifores moeten we natuurlijk dáár gaan kijken. Bijkomend voordeel van het feest in Santa Oliva is dat we er naar toe kunnen lopen.

 

Zaterdag 24 januari 2004.

Het is niet te geloven maar het regent. Niet echt hard, het is meer een grijs Hollands miezerbuitje maar na ruim twee maanden droogte is het toch wel een bijzondere gebeurtenis.

Dus doen we geen boodschappen en gaan we niet fietsen. Na een paar uur torenkamercorvee hebben we vrij en mogen we met thee en chocolaatjes lekker op de bank een extra videofilm kijken.


Zondag 25 januari 2004.

 

De reuzen van Santa Oliva staan op wacht voor de kerk. Ze heten Pere en Dolça en zijn 3½ meter hoog. Pere weegt wel 76 kilo, zijn vrouw is iets lichter. In de Twaalfde Eeuw waren Pere en Dolça kasteelheer en –vrouwe van het kasteel van Santa Oliva. Timmerman Carlos maakt deel uit van de groep persoonlijke verzorgers en dragers van het adellijke stel. Steeds verdwijnt er een man onder de rokken van een reus om het gevaarte een stuk te dragen. Een paar honderd meter verder wordt hij dan discreet afgelost door een collega.

Klokslag half twaalf wordt het Mariabeeld uit de kerk naar buiten gedragen en met muzikale begeleiding van de onvermijdelijke trommels en herdersfluiten trekt de processie door de straten. Tien paar reuzen uit verschillende dorpen in de omgeving staan opgesteld langs de route. Ieder paar heeft zijn eigen muzikanten bij zich en ze sluiten zich allemaal aan achter de processie. De tocht gaat naar een klein klooster aan de buitenkant van het dorp. Maria gaat met haar gevolg naar binnen voor een langdurige mis, de reuzen, de muzikanten en de meeste dorpelingen wachten geduldig buiten, lekker in het zonnetje. Na afloop van de mis loopt de stoet weer terug naar het dorp. Op het plein bij het kasteel maken de reuzen omstebeurt een dansje, kussen de vrouwen het medaillon dat aan het beeld van Maria hangt en maakt iedereen foto´s van de kinderen bij de reuzen. Tot slot wordt er koek en moscatelwijn rondgedeeld.

Het feest is voorbij, alle reuzen en hun dienaars gaan weer naar huis. Eerst lekker eten en dan uitrusten van alle vermoeienissen.

 

Maandag 26 januari 2004.

 

Het spookt af en toe in het grote, oude huis….. Soms, als we ’s ochtends beneden komen staan er geheimzinnige witte voetstappen in de gang. Raventos stelt ons gerust, we hebben geen spokenverjager nodig, maar een aannemer die de vloer er uit sloopt en er dan een dikke laag isolatie onder aan brengt. De grond onder de vloer is erg vochtig en door de kou groeien er ´s nachts kristallen van giftig salpeterzout (of zoiets) op onze dagelijkse voetstappen. Zodra het een paar dagen minder koud is, verdwijnt het spookverschijnsel inderdaad.

 

 

Raventos belooft dat Miguel donderdag komt om de vloer in de bovenste torenkamer te herstellen maar zegt erbij dat hij zelf een slecht geheugen heeft dus dat Edwin hem woensdag even moet bellen, ter herinnering.

We fietsen allebei een ander stuk, halverwege komen we elkaar tegen en dan fietsen we samen naar huis.

’s Avonds mag Edwin niet gestoord worden: op aanraden van zijn beste vriendin, die bijna 12 is, is hij ‘In de ban van de ring’ aan het lezen en hij zit midden in een spannende veldslag in deel 3.

 

Dinsdag 27 januari 2004.

Edwin fietst 110 kilometer, gedeeltelijk in het gezelschap van een fietser die (ook) een wedstrijdlicentie heeft, dus hij komt goed moe thuis.

De eerste amandelbomen laten hun bloesem al weer vallen. Ze zijn aan het wisselen: ze verruilen de witte bloemblaadjes voor groene blaadjes. Ook andere bomen beginnen voorzichtig groen te worden. Volgens lokale deskundigen is dat, door de relatief hoge wintertemperaturen, bijna een maand eerder dan normaal.

Aan het eind van de middag, na een wandelingetje met het fototoestel, lopen we langs de garage van Kildo. De deur staat open, hij past op zijn kleindochter die zoet zit te spelen met een hoopje zand. We hebben een foto van Kildo gemaakt toen hij olijven aan het snoeien was. Die geven we hem en in ruil daarvoor krijgen we een tas vol groente uit zijn moestuin. Kool, twee soorten sla en een heleboel tomaten. Die tomaten zijn speciaal voor op het geroosterde brood. Het plafond van zijn garage hangt er vol mee. Die hangen daar al sinds juli en zijn bedekt met een laagje poederschimmel. Maar ze zijn nog hard, en smakelijk. Ze blijven wel een jaar goed, zegt Kildo. In zijn koelkast heeft hij ook nog druiven uit eigen tuin. Buurman Lluis loopt langs met de kruiwagen en mengt zich ook in het gesprek, de zoon van Kildo komt thuis en we praten tot het donker wordt. Dan is het tijd om ‘col con patatas’ te gaan maken, kool met aardappels. Vanaf de garage van Kildo heb je een mooi overzicht van de achterkant van het huis van Dirk. Edwin telt minstens tien ramen en twee deuren die nog vervangen moeten worden.

 


Woensdag 28 januari 2004.

Ik ga zoals gewoonlijk op expeditie naar El Vendrell. Hoewel ik al zeker een week niet in de verfwinkel of de doe-het-zelf zaak geweest ben verzint Edwin toch bijna iedere dag wel een nieuwe boodschap. Schroefjes vallen uit zonnenbrillen, batterijen van fietscomputers en hartslagmeters raken leeg, mobiele telefoontjes willen hun beltegoed opgewaardeerd hebben en vriendinnen moeten mail of cadeautjes toegestuurd krijgen. Vandaag heeft hij opeens dringend behoefte aan de film van ‘Lord of the Rings’ op DVD. Dus daar ga ik weer…

Het waait hard, ’s nachts stormt het.

 

Donderdag 29 januari 2004.

De zon doet haar best maar de koude wind vindt het nog te vroeg voor de lente. Het is 13 graden. In Nederland is het rond het vriespunt, het sneeuwt en er staat een harde wind. Raventos komt even kijken met Miguel, wijst Edwin aan als hulpje en geeft de mannen instructies. De vloer is dun, en moet behandeld worden ´als een konijntje´, dus héél voorzichtig! Dan moet Edwin oude stenen afbikken terwijl de mannen gaan eten. Een uur later komt Miguel terug en samen gaan de mannen de toren in. Edwin loopt steeds op en neer met water en andere benodigdheden, en in een paar uur is de klus geklaard. Eigenlijk moeten er ook nog leidingen ingehakt worden, maar dat gaat vandaag even niet door. Dirk kan wel van alles willen, maar als Raventos het niet eens is met de planning of geen tijd heeft hebben we ons maar aan te passen. Edwin kan daar niet op wachten, hij moet en zal het plafond aan de onderkant van het gerepareerde stuk vloer repareren.

Dus tegen mijn dringend advies in verdwijnt hij met een pak yeso naar boven. Ik vrees met grote vrezen, maar deze keer lukt het hem eindelijk om het fenomeen yeso te bedwingen. Hij weet een mooie pasta te mengen die heel goed te hanteren is en nog plakt ook. Een zeer tevreden Edwin komt naar beneden en herstelt zingend allerlei kleine gaatjes in plafonds en muren. Valt dit nu onder de noemer ´Je bent nooit te oud om te leren´, of onder ´De wonderen zijn de wereld nog niet uit´?

 

Vrijdag 30 januari 2004.

De eerste gang op vrijdag is altijd naar de bakker in Santa Oliva, brood halen en de ´Fura´, een gratis weekblad met een uitgebreide agenda erin. Het beviel de inwoners van Santa Oliva wel afgelopen zondag, zo´n feest. Ze hebben de spandoeken weggehaald en meteen nieuwe opgehangen: komende zondag gewoon wéér feest: nu met paard-en-wagens. Na de koffie mag ik weer naar El Vendrell, het moment nadert dat de wenteltrap geverfd gaat worden en er moeten kleine verfrollertjes aangeschaft worden. Het is grijs weer, ik moet hard doorfietsen om voor de bui binnen te zijn. Er valt maar 2 millimeter. ´s Middags wordt het iets minder grijs en Edwin fietst nog even omhoog naar Aiguaviva.

 

 

Zaterdag 31 januari 2004.

Na alweer een grijze ochtend wordt het ´s middags wat beter weer. We rijden even naar het strand van Calafell, om te doen wat honderden Spanjaarden doen: stukje lopen over de lange boulevard, wat drinken op een terrasje. Het is heerlijk hier, bijna geen wind. Kinderen spelen in korte broek op het strand.

 

 

Zondag 1 februari 2004.

Het is prachtig zonnig weer, het wordt een graad of 18 vandaag. Edwin gaat clubfietsen. Ik wil de feesten zien. Niet alleen dat van Santa Oliva, ook in El Vendrell is het feest vandaag: de Xatonada. Xató is een streekgerecht, van bittere krulandijvie met een saus van geroosterde knoflook en paprika´s, ansjovis, noten en nog veel meer ingredienten. Xató is een uiterst serieus gerecht, er is zelfs een ´Catalaanse universiteit van Xató´, er worden wedstrijden gehouden wie de beste saus maakt en er is een Xató-route langs de beste restaurants. In El Vendrell strijden 50 cursisten om de ere-titel. Het is een hoop werk om die saus te maken, je hebt er veel kracht in je handen voor nodig en een rode muts op je hoofd, anders lukt het niet.

 

Na een uurtje Xatonada fiets ik gauw naar Santa Oliva. Ik had me niet hoeven haasten want de optocht vertrekt een dik uur te laat. Gelukkig loopt Kildo er ook rond, die geeft wat toelichting op het gebeuren. Ruiters en paard-en-wagens verzamelen zich rond het voetbalveld en lopen daarna drie rondjes door het dorp. Beesten en karren zijn mooi opgepoetst en versierd. Buurman Pepito doet ook mee met zijn kleine karretje. Het klinkt heel vrolijk in die smalle straten. Eerst de muziek, dan het geluid van de paardenhoeven, het geratel van de wielen en het geklingel van de vele belletjes waarmee de tuigen versierd zijn.

 

 

 

 

Pepito en zijn karretje

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En toen was januari ook al weer voorbij en zijn we aan onze laatste maand in Saifores begonnen…

 

 

Maandag 2 februari 2004.

Na een huishoudelijke ochtend (Edwin begint aan het verven van de wenteltrap) fietsen we samen 35 kilometer. Als we van huis gaan is het 17 graden en zonnig, anderhalf uur later is het 11 graden en mistig. Een normaal verschijnsel voor deze tijd van het jaar, verklaart de weervrouwe later op tv. Het is een soort mengeling van mist en zeedamp en komt voor bij hardnekkige hogedrukgebieden in de winter.

´Zullen we morgen naar Barcelona gaan?´ ´Ja!´.

 

Dinsdag 3 februari 2004.

De trein van half tien uit mistig El Vendrell zet ons een uur later midden in het zonnige centrum van Barcelona af. Natuurlijk gaan we met een doel naar de stad: er moet een flitser en een extra batterij voor de camera aangeschaft worden. We vinden een fotozaak die álles heeft, van de modernste digitale dingen tot en met tweedehands doka´s zoals we die vijf jaar geleden al weggedaan hebben, oude camera´s en ouderwetse chemicaliën. We kopen de flitser die we hebben willen, snuiven nog even de ouderwetse geur op en gaan daarna de toerist uithangen. Edwins dag kan al niet meer kapot dus daar moet ik van profiteren. Na een kop koffie op het terras van Café Zurich gaan we op pad. We zouden met de panoramabus naar Parc Guël en de Sagrada Familia maar dat kost 16 € per persoon. Belachelijk. Een metrokaartje kost 1,10 €, en de panoramabenenwagen is gratis. We gaan met de metro naar het Park en lopen via de kathedraal weer naar beneden, naar de Plaza Catalunya. Het Park is heel mooi, heel fotogeniek. Op de beroemde mozaïekbankjes zitten veel mensen te lunchen. Het is schitterend weer, alleen is het erg heiig dus veel uitzicht is er niet. Maar de gebouwen en fonteinen zijn schitterend. De souvenirwinkels hebben een fantastisch assortiment, niet te geloven wat ze allemaal verzinnen rond hetzelfde thema. Vooral de gekko (eigenlijk is het een draak) moet het ontgelden, van asbak tot schemerlamp, hij is voor alles inzetbaar.

 


Om geen overdosis Gaudí te krijgen bewaren we de binnenkant van de Sagrada Familia voor de volgende keer. We lunchen in een restaurant en nemen koffie met wat lekkers bij een goede bakker. Dat kan er makkelijk af van onze benenwagenbonus. Dan nog even rondstruinen bij een grote boekhandel en bij de Corte Inglés en het is al weer tijd om naar huis te gaan. Het was een echt leuk dagje uit, dat doen we nóg een keer!

 

 

 

Het bevalt Edwin best in Barcelona……

 

Woensdag 4 februari 2004.

Mist, mist, mist. En er moet getraind worden vandaag, dus na de huishoudelijke en onderhoudstechnische ochtendtaken vleien we Edwins fiets achter in de auto en rijden een stukje het binnenland in, naar Montblanc. Daar schijnt de zon gewoon. Ik blijf achter in het ommuurde middeleeuwse stadje, Edwin rijdt 75 kilometer rond in het vrij bergachtige gebied. Montblanc is leuk, met oude smalle straatjes. Maar alles is dicht tot 5 uur dus het is een beetje ongezellig. Na anderhalf uur heb ik zo ongeveer alle straatjes wel doorgelopen. Het plein is sfeervol maar uitgestorven. De muur met de wachttorens is mooi gerestaureerd, bij één van de poorten hangt een groot tegelplateau: volgens de overlevering is dit de plek waar Sint Joris (Jordi, heet hij hier) zijn draak gedood heeft.

Met een boek op een bankje in de zon wacht ik tot mijn eigen koene ridder weer terug is van zijn queeste.

 


Donderdag 5 februari 2004.

Mist, mist, mist. Het spookt in het oude, grote huis. Uit de radio in de keuken klinkt een krakerige uitvoering van ¨Daar was laatst een meisje loos¨, gevolgd door ¨Een boer ging naar z´n nabuur toe¨. In een cultuurhistorisch muziekprogramma wordt een half uur lang aandacht besteed aan ´belangrijke folkloristische muziek uit de Lage Landen´. Gauw een andere zender opgezocht….

Het is wel twintig graden aan de Spaanse costa´s, juicht Erwin Krol dan op de Wereldomroep. Nou, hier niet!

 

Vrijdag 6 februari 2004.

Mist, mist, mist. Edwin gaat verder met het verven van de wenteltrap. Dat is een beetje het sluitstuk van ons verblijf hier en de kroon op zijn werk.

´s Middags gaat Edwin naar de kapper, we doen een hoop boodschappen en gaan naar het internetcafé en de verfwinkel. In de zaak waar ze aluminium ramen maken informeren we naar de mogelijkheden om boograampjes te maken voor in de torenkamer. Dat blijkt moeilijker dan het leek, misschien moet Dirk toch maar wat anders verzinnen.

Zaterdag 7 februari 2004.

Mist, mist, mist. Omdat de mailserver van Tiscali deze week niet meewerkte moet ik nog een keer naar het internetcafé. En vandaag lukt het eerst wéér niet. Achteraf blijkt het aan de terminal te liggen, mijn favoriete terminal nr. 8 werkt niet zoals het hoort. Zodra ik opschuif naar terminal 9 werkt alles perfect. Lekker veel mail geprint om thuis te lezen.

Om half drie lijkt het of de zon even doorbreekt dus gaan we gauw een stukje fietsen maar een uur later is het alweer mistig.

 

Zondag 8 februari 2004.

De zon schijnt! In El Vendrell wordt vandaag het paard-en-wagenfeest gehouden, de hele stoet rijdt drie rondjes door het centrum. Niet de moeite waard, zegt Kildo, en we geloven hem op zijn woord. Zo´n optocht is alleen leuk in een authentiek dorp met een romantische achtergrond. Bovendien moet er gefietst worden.

Edwin wil een langere ronde fietsen dan de club doet vandaag, dus hij vertrekt alleen. We spreken af bij het restaurant in El Pla, waar we lekker lunchen.

Edwin neemt als voorgerecht de beroemde Xató die inderdaad erg lekker is. We zijn blij dat we hier niet de calçots gegeten hebben want hier krijg je niet alleen een slab, maar ook plastic handschoentjes erbij! Wat een getut zeg, we hebben lieve vieze handen! Om ons heen worden grote bergen calçots, artisjokken en slakken verorberd.

Als we weer thuis zijn heeft Edwin er ruim 100 kilometer opzitten, ik 40.

Vandaag over twee weken moet hij supersterk zijn. Ik ben benieuwd!

 

 

Saifores week 7.

 

Maandag 9 februari 2004.

Zon, zon, zon. Het lijkt alsof de winter opeens voorbij is. De burgemeester is aardappels aan het poten in de moestuin en heeft alle tijd voor een praatje. Hij wil wel eens weten hoeveel Dirk ons betaalt. Zo´n salaris kan hij ons ook wel bieden. Als wij volgende winter voor hem willen werken dan mogen we bij hem komen wonen, dan kookt zijn vrouw voor ons en dan kunnen we meteen Catalaans leren.

Op het leugenbankje is het drukker dan gewoonlijk, iedereen zit lekker in het zonnetje te kletsen. Luis is net terug van een weekje bij zijn dochter in Duitsland en heeft grote verhalen over de kou, de hoeveelheid sneeuw die er in een paar uur tijd viel en de helikopters die gestrande automobilisten van voedsel en koffie moesten voorzien. Wel gezelliger hoor, dat iedereen zich weer buiten vertoont.

Voor ons is het altijd moeilijk om de namen van iedereen te weten te komen. Uit Xaló weten we dat bijna alle inwoners een bijnaam hebben. Zo worden ze altijd door iedereen genoemd, maar de persoon in kwestie wordt er bijna nooit mee aangesproken. Zo hebben we even gedacht dat de zoon van de aannemer ´Paleta´ oftewel troffel werd genoemd. Hij heet José en het kan natuurlijk best dat hij als klein jochie al altijd met een troffel zat te spelen. Maar het blijkt dat een aannemer hier wordt aangeduid als een ´paleta´. En heet Pepito wel Pepito, of wordt hij zo alleen achter zijn rug genoemd? We kiezen meestal voor de veilige weg en noemen iedereen ´vecino´, oftewel buurman. Maar we zijn erachter gekomen: Pepito heet (ook al) José, dat is in het Catalaans Joseph, dat wordt afgekort tot Pep en omdat hij zo klein is, of omdat zijn vader ook Pep heette, heet hij dus kleine Pep, oftewel Pepito.

 

Dinsdag 10 februari 2004.

De telefoon gaat: de verhuizer kondigt een dag eerder dan gepland zijn komst aan. Hij komt drie kuub spullen van Dirk brengen. Variërend van een koelkast tot stofzuigerzakken, van een prachtig smeedijzeren hek tot een grote trom, er zit van alles bij. Ook een doos voor ons: het is alweer sinterklaas! Videofilms, hagelslag, drop, pepermunt en zelfs een kaneelstok zijn ons deel.

In Luxemburg reed de verhuizer gisteren nog achter de sneeuwschuiver, vandaag zit hij lekker in het Spaanse zonnetje en krijgt zijn lunch geserveerd aan de tuintafel.

Daarna stouwen we alles in de tussenkamer, het kan er nog net in. Er is ook een sterrenkijker bij. We spijbelen maar een keertje van het fietsen, ik zit lekker in de zon met mijn boek en Edwin probeert de sterrenkijker te monteren. Manolo belt om naar het welzijn van zijn sterkste clublid te informeren en vertelt dat de wedstrijdlicentie binnen is. Aankomende vrijdag is de voorbereidende vergadering voor de wedstrijd maar dat kan ook zonder ons. De postbode brengt een brief van Riet, de SEUR-bode brengt 12 bestelde fietsbanden uit Barcelona en zo vliegt de dag om. De ene dag gebeurt er niets en de volgende dag komt alles tegelijk.

 

Woensdag 11 februari 2004.

Opeens klinkt er getoeter vanuit de tuin: Raventos en zijn zoon staan voor de deur met een vrachtautootje met een hoogwerker erop. De palm moet nog van dode bladeren ontdaan worden en dat gaat nu gebeuren. Het is weer een echte Raventos-bliksemaktie. Het ene moment weet je nog van niks, anderhalf uur later is de klus geklaard, de bladeren zijn opgeruimd en de rust is teruggekeerd in de hof van Dirk.

Het is schitterend weer, ´s middags fietsen we allebei twee uur.

 

Donderdag 12 februari 2004.

Edwin werkt bijna iedere dag een poos aan de wenteltrap. Nu is hij klaar en heeft alle verfspullen opgeruimd.

We gaan over naar het volgende programmapunt: voorbereiden op de komst van de kasteelheer en –vrouwe. Er moet schoongemaakt worden. Het bevreemdde me dat er een verfkwast bij de stofdoeken lag maar Edwin heeft me uitgelegd dat je daarmee dingen kan afstoffen die je niet met een stofdoek kan doen. Zoals bizar gevormde kroonluchters en kunstwerken met een onregelmatig oppervlak. Aha. Na een uurtje kwasten kom ik tot de conclusie dat, mochten we ooit overgaan tot de aanschaf van een kunstwerk, het spin-afstotend moet zijn en hogedrukreinigerbestendig. We luchten alle vertrekken waar we al maanden niet geweest zijn. In de blauwe kamer lijkt het wel of het gesneeuwd heeft, er ligt een dikke laag zoutkristallen op de vloer. Verder kunnen we geen nieuwe onregelmatigheden ontdekken.

Ook wij hebben wel gefantaseerd over de koop van een groot oud huis. Na vier maanden hier is ons fantasie-huis gekrompen tot een slaap-keuken. Het staat nog steeds midden in een stil natuurgebied (weliswaar op fietsafstand van bakker en supermarkt), de bijbehorende schuur met wijnkelder is nog steeds rustiek en romantisch, maar onze droom-´casita´ (waar in gedachten al een grote houtkachel in stond) heeft inmiddels ook vloerverwarming en ADSL-aansluiting gekregen.

 

Vrijdag 13 februari 2004.

Ik begin Edwins voorliefde voor hoogglansverf op deuren te begrijpen. Ramen zemen ging me ook al niet zo goed af maar het glas blijkt op sommige plaatsen verweerd te zijn. Tja, daar helpt geen zemenlap tegen.

Na een paar uur huisvlijt gaat Edwin ¨een stukje¨ fietsen, pas na 130 kilometer komt hij weer thuis.

Onze digitale ontdekkingstocht is ook nog lang niet afgelopen. Niet alleen kunnen we nu muziek-cd´s kopiëren, ansichtkaarten maken en goochelen met de foto´s, er is nog veel meer mogelijk. Het is een tijdrovende zoektocht naar kabeltjes, geschikte DVD-R´s en ontbrekende stukjes software maar de resultaten stemmen ons zeer tevreden. Als we thuis zijn en weer het internet op kunnen hebben we heel wat computerwerk te verrichten. Het is prachtig wat er allemaal mogelijk is en hoe hard de verbeteringen gaan. Tiscali heeft de webmail vernieuwd en de nieuwe versie werkt fantastisch. Dat het maar behelpen was met de oude versie merk je pas goed als je met wat nieuws werkt. Als we niet thuis zijn ben ik bijna helemaal afhankelijk van webmail voor onze contacten!

 

Zaterdag 14 februari 2004.

De zomer heeft zich bedacht en houdt zich tijdelijk ergens anders schuil. Het is bewolkt en koud. Er wordt regen voorspeld over een paar dagen. Als Dirk en Annelies hier zijn gaat het vast de hele week regenen.

 

 

 

 

 

 

Als mijn moeder me zo zou zien…..

Dan zou ze tevreden zijn, eindelijk blijk ik toch nog een klein beetje huishoudelijk te worden op mijn oude dag! Edwin is blijkbaar ook tevreden, nu sta ik tenminste weer eens op een foto.

 

Zondag 15 februari 2004.

Mannen met een hobby moeten vroeg opstaan op zondagmorgen. Als Edwin om kwart over acht wegfietst staat Pepito zijn paardje al weer in te spannen. Vandaag worden er weer in een ander dorp drie rondjes gereden. Het is nog koud, een graad of vijf.

Edwin fietst met een man of twintig van de club via Vilafranca naar Sant Sadurni. Als ze daar gaan lunchen, worden alle fietsen met een groot slot aan elkaar vastgelegd. Is dat nodig hier? Nou, luidt het antwoord, laten we het zo zeggen: wíj zijn nog nooit een fiets kwijtgeraakt. Edwin traint lekker met twee jochies van 18 en met Enric en Jordi, de sterksten van de club. Ze zijn bíjna net zo sterk als Edwin!

Na 85 kilometer is hij om een uur of één al weer thuis. Hij heeft zijn middagdutje in de zon al achter de rug als de belletjes van het paardje de thuiskomst van Pepito aankondigen. Die heeft heel wat minder kilometers afgelegd.

Om drie uur is de temperatuur zo gestegen dat we zelfs even in korte broek op het terras kunnen zitten. Om vier uur steekt de koude wind op en moeten we gauw weer een trui aan.

Ons verblijf in Saifores zit er bijna op. Woensdag gaan we een paar dagen naar huis, en volgende week komen we terug om een paar dagen samen met Dirk en Annelies door te brengen.

 

Zaterdag 6 maart 2004.

 

We zijn weer helemaal thuis. Edwin heeft de klimtijdrit op de Bernia heel redelijk doorstaan, hij werd 71ste van de 99 deelnemers. Niet gek als je bedenkt dat het de sterkste fietsers uit de hele provincie zijn en dat de meeste deelnemers jonger zijn dan hij.

Startpodium op het dorpsplein.

 

 Edwin op dreef onderweg (hij heeft net iemand ingehaald, Gareth, achterop de motor, heeft alles vastgelegd op de video.

 

 

Manolo op het podium met ´zijn´ renners:

Jaume, Edwin en Hector.

 

 

 

 

 

 

 

Op maandagochtend zijn we weer teruggereden naar Saifores, waar Dirk en Annelies ´s middags aankwamen. We waren er al bang voor: dinsdag begon het te regenen en het wilde niet erg ophouden. Joke kwam op woensdag aan, en het regende nog steeds. Op vrijdag scheen de zon weer en zijn we naar huis gereden. Waarschijnlijk brengen we komende winter weer een paar maanden door in het Grote Huis van Dirk en Annelies in Saifores.

 

terug naar pagina Saifores

Kijk ook op ons weblog

terug naar de beginpagina